Canada, let’s go ✈️
De koffers volledig gevuld door Joyce en ze zijn keurig binnen de 23 kilo per stuk gebleven. Rugtasjes mee en op naar de trein. Vandaag vliegen we naar Calgary in Canada voor ons avontuur van drie weken door dit prachtige land.
Alles verloopt vlot. Van treinreis tot check-in en douane, we gaan overal soepel doorheen zonder noemenswaardige vertraging. Dat kunnen we dan weer niet van de vlucht zeggen, maar we mogen niet klagen als we een half uur later dan gepland de lucht ingaan.
Joyce, Lone en Lizzy zitten naast elkaar en ik zit met het gangpad ertussen dichtbij de dames. Mijn buren aan de andere kant hebben al enige tijd geen douche en deodorant gebruikt, maar ach… Een kleinigheidje.
We mogen ons de komende 8 uur vermaken in deze kist. We hebben boekjes, Netflix, podcasts, muziek en het entertainmentsysteem van KLM tot onze beschikking. Ruimschoots voldoende om de tijd te doden. Joyce en ik vallen ook nog een uurtje in slaap. Dat zullen we nodig hebben want in Calgary is het maar liefst 8 uur vroeger.
Door de vertraging landen we iets later dan gepland. Wederom geen ramp. Koffers halen en hop de bus in richting het centrum van Calgary waar ons hotel is.



Calgary tower
Nadat we zijn ingecheck in het Sandman Signature Calgary Downtown Hotel begint het wakker-blijven-spel, maar hier zijn we gelukkig goed op voorbereid. We willen naar de Calgary tower.
De Calgary Tower is een iconisch herkenningspunt in het centrum van Calgary. Met een hoogte van 191 meter biedt de toren een spectaculair uitzicht over de stad en de omliggende Rocky Mountains.
Het is even zoeken naar de toren want hij wordt omringd door allerlei andere hoge gebouwen, maar uiteindelijk spotten we hem. We slaan onze eerste Canadese dollars stuk op de entree en gaan met de lift naar boven.
Eenmaal uit de lift gaat onze aandacht direct naar een glazen vloer waar je op kunt staan en naar beneden kunt kijken. Best spannend om de eerste stap te zetten, maar we doen het allemaal. Zelfs Joyce, al durft zij niet naar beneden te kijken. Heel onwerkelijk en een vreemd gevoel in de maag… bleehh.
We drinken wat in de kleine bar helemaal op de top met een chipje en een snoepje erbij en gaan met dezelfde lift weer naar beneden.
Zei er iemand shoppen?!






Shoppen 🛍️ en eten 🍽️
Na de toren hebben we nog 45 minuten om naar de winkels te gaan. Het kleine Core Shopping centre ligt op de terugweg naar het hotel en dit kunnen we natuurlijk NIET onbenut laten.
Ik doe een bakkie bij Starbucks als de dames hun bestemming instellen op dé winkel der winkels: Sephora. Lone & Lizzy slaan flink in. Nou ja, als je naar het winkelmandje kijkt, zit er amper wat in. Dit in tegenstelling tot de rekening 😄. Lipbalm Pink Friday, Drunk Elphant bronzing, blush en andere cosmetica, daar worden de girls blij van.
De winkels gaan dicht en wij lopen als een van de laatsten het winkelcentrum uit. Buiten is het een grote drukke gezellige boel met veel mensen op straat. In Calgary vindt momenteel Stampede plaats en daar komen veel mensen op af. De Calgary Stampede is een jaarlijks tien dagen durend festival in juli en een van de grootste en beroemdste rodeo-evenementen ter wereld.
Veel trek hebben we niet, maar een burger en een schaal nacho’s gaan er wel in. We kijken geamuseerd om ons heen naar alle volledig uitgedoste cowboys- en girls getooid met fraaie cowboyhoeden- en kleding.
Langzaam begint de vermoedheid zijn tol te eisen. Al gapend lopen we terug naar het hotel. Lizzy neemt nog een frisse duik in het zwembad van het hotel. Lone en Joyce kijken toe terwijl ik een douche neem.
Het is klaar. We ploffen op bed en niet veel later vallen we rond 21:00 uur nieuwe tijd in slaap. In Nederland is het 8 uur later 😴💤

Stampede
De dag begint om 04:00 uur nieuwe tijd nogal aan de vroege kant. Hallo jetlag 👀
Voordat we als een van de eersten aan het ontbijt verschijnen, rommelen we wat op de telefoon, lezen een boek en werken Polarsteps bij. Je moet wat middenin de nacht. Haha.
Na het ontbijt herschikt Joyce de inhoud van de koffers omdat ze niks terug kan vinden. Thuis heeft ze kleren voor vier personen keurig verdeeld over de koffers. Mocht er bagage kwijtraken, hebben we nog iets om aan te trekken👕👚 Ze is er na een dag hotel wel achter dat deze slimmigheid nu niet in haar voordeel werkt.
Vandaag staat het rodeofestival Stampede op het programma. Niet om naar mannen met lasso en leren laarzen te kijken die dieren zo snel mogelijk vastbinden. Nee, dat vinden we zielig nadat we het gisteren tijdens het eten allemaal live op de grote schermen hebben gezien. Hier zijn we van genezen.
Op het terrein van Stampede is een XXL kermis aanwezig en dat lijkt de dames wel wat. We pakken de gratis de metro richting het terrein en na een korte wandeling staan we in de rij voor tickets. De eerste rij voor tickets, want er volgt er nog een… Met hondereden tegelijk lopen we na binnen langs een controle voor tassen en we moeten door scanpoortjes zoals op Schiphol. Security checks nemen ze serieus.
Nadat we dik 100 dollar hebben stukgeslagen op het entree, staat ons de volgende uitgave te wachten. Als je in een attractie wil, kost je dat ook nog een flink geld. We kopen voor Lone en Lizzy drie tickets en dat geeft ze toegang tot drie keer een adrenaline-rush.
De dames gaan in een hoge toren die met absurde snelheid naar beneden valt, een achtbaan en nog een andere baan. Het is prachtig weer, het zonnetje schijnt en er staat een lekker windje.
Als de adrenaline wat is weggeëbd, beginnen we langzaam last te krijgen van een dipje. Na een verfrissende limonade lopen we langzaam het terrein af. Op naar de lunch.
Buiten het terrein vinden veel demonstraties plaats tegen het dierenleed wat plaatsvindt op Stampede. Eerlijk gezegd snappen we dat in deze tijd wel na wat we op de beelden hebben gezien. Het is best zielig voor de diertjes die ze nietsvermoedend een grote arena insturen en die binnen een paar seconden opgeknoopt met een touw op de grond liggen. 🐮





Föhn-gate | op zoek naar een nieuwe bladblazer
Voor wie Joyce een beetje kent, weet dat ze altijd met föhn op reis gaat. De bos krullen vol volume zet zich nou eenmaal niet vanzelf in het haar. Daarnaast is een staart indoen uit den boze bij mevrouw Hoveling. De nieuwste aanwinst in Joyce haar föhncollectie die mee is op reis, kan door de plantsoendienst ingezet worden als bladblazer. Wat een power. 👱🏻♀️
Naast dat ze in Canada andere stopcontacten hebben, is er ook een ander voltage. Apparaten werken hier op 120 volt in plaats van de 220 van thuis. Tot zo ver de technische details…
Beste lezers, föhn-gate laat zich eenvoudig raden na bovenstaande beschrijving. Inderdaad, de bladblazer die Joyce meeheeft, gaat niet aan want hij weigert dienst op 120 volt.
Voor de eerste dagen in het hotel geen probleem want er ligt een föhn in de badkamer. Wij vermoeden dat er bij de nationale parken én in de camper geen föhn aanwezig zal zijn dus moeten we er een kopen. Paniek? Welnee, valt mee 😩
Gelukkig is het winkelcentrum waar we gisteren waren vanaf 12:00 uur open en nadat we lekker geluncht hebben, gaan we op zoek naar Joyce haar redding voor de komende drie weken.
Case closed, föhn in the pocket. Zie📸

Nog meer shoppen, opfrissen, moe en de gele M
Als we toch in het winkelcentrum zijn voor de föhn van Joyce kunnen we net zo goed nog meer shoppen.
Na de lunch lopen we nogmaals naar de Sephora, we kopen hoodies van GAP en halen een heerlijk ijsje.
De vermoeidheid hakt er steeds meer in en we moeten nog zo lang wakker blijven. Telkens rekenen we uit hoe laat het thuis is. Misschien niet de beste manier, alleen voor ons goed om de slaap te begrijpen zodat we het voor onszelf kunnen uitleggen.
Na al het geslenter door Calgary centrum pakken we nog maar een keer de metro naar het hotel terug. Joyce, Lizzy en ik drinken buiten nog wat op het terras, Lone wil chillen en op bed liggen. Dat mag van ons als ze maar niet gaat slapen. Hahah. Tijdens het drankje rekenen we de uitgaven uit en verrkenen we alles zodat we allemaal quitte staan.
Als de bankzaken zijn gedaan, gaan we met de lift naar de 14e verdieping waar Lizzy en ik ons klaarmaken om te gaan zwemmen. Joyce gaat douchen, ze voelt zich vies van de hele dag in de stad. Lone is nog wakker en ligt te relaxen op bed.
Na het zwemmen en de douche gaat Lizzy op bed liggen en valt stiekum in even in slaap met haar telefoon op haar borst. We lopen door een bewolkt Calgary richting de Macdonalds. Er is minder weer voorspeld en dat openbaart zich eerder dan gedacht. Morgen de hele dag regen in Calgary, gelukkig gaan we dan weg. Hoewel het zeer slecht gesteld is met de vegetarische varianten van de burgers en andere snacks, nemen we twee tassen mee de hotelkamer in.
Ik houd het vol tot iets na 21:00 uur, daarna val ik als een blok in slaap. Na dik 12.000 stappen en ontelbare indrukken is de batterij leeg. Morgen weer een dag, op naar de camper. De dames sluiten niet veel later de oogjes.
Laatste ochtend Calgary
Anderhalf uur later dan gisteren gaan de oogjes open in hotelkamer 1403. Keurig de jetlag al iets weten af te schudden.
Joyce gaat douchen en ik daarna. Lone & Lizzy moeten we enigszins aansporen om ze in gang te krijgen, ze zijn nog niet actief in de morgen. Ach, die meiden hebben ook vakantie en wat dat betreft doen ze net alsof we thuis zijn.
De dames en ik lopen vast richting ontbijtzaal en bestellen het ontbijt zodat Joyce ongestoord de koffers kan ordenen en vullen. We hebben geen ontbijtbuffet wat we jammer vinden, puntje aftrek op de hotelrating. Neemt niet weg dat het allemaal smaakvol is en met veel plezier achter de kiezen verdwijnt. Voordat we de tanden gaan poetsen en de laatste spullen inpakken, loop ik naar de receptie om een taxi te laten komen. We moeten een eindje rijden en met het openbaar vervoer duurt het haast twee uur terwijl de taxi er 25 minuten over doet. Geen lastige keuze.
Tandjes weer blinked schoon, spullen gepakt, drie koffers en minstens zoveel rugtassen gevuld. Let’s go. Camper, we komen er aan. Bye bye Calgary 👋🏼
Elk Island national park
We kijken buiten om ons heen hoe een reguliere werkdag eruit ziet in Calgary. Het is gewoon maandag en veel drukker qua verkeer dan de dagen ervoor. De regen komt ondertussen met bakken uit de hemel.
De zwijgzame taxichauffeur doet er zo’n 25 minuten over om bij de camperverhuur aan te komen. Hoewel we er vroeg zijn, staat er al een flinke rij. We hebben de tijd, en op boodschappen doen en naar Elk Island rijden na, hebben we verder geen plannen. Geduldig wachten Joyce en ik in de rij terwijl Lone en Lizzy de wifi misbruiken. De laatste Snaps gaan de ether in.
Het personeel achter de balies gaat vlot te werk, de rij slinkt snel en we zijn aan de beurt. Nadat alle papieren zijn ingevuld, de rijbewijzen gecontroleerd en de handtekeningen gezet, mogen we wachten totdat iemand ons uitleg komt geven over de enorme apparaten. Onze Xlarge camper heeft wel wat opheldering nodig met al die luxe snufjes.
De dame die de uitleg geeft, doet het voor twee gezinnen tegelijk om tijd te besparen. Op zich handig, ware het niet dat wij net een andere camper én indeling hebben dan de camper waarin we de uitleg kregen. Haha. Ze vliegt in 15 minuten overal doorheen en als wij net denken dat we het snappen, komen we in een ander voertuig terecht. Ok! We krijgen nog wel een QR-code met uitlegvideo’s mee, die kan nog wel eens van pas komen.
We halen binnen Lone & Lizzy en de bagage op en gaan onze eerste meters maken in ons nieuwe onderkomen om flink boodschappen in de slaan voor de komende dagen. Bij de supermarkt Save-on-Foods lopen we weg met twee karren en een kassabon van een meter. Het bedrag onderaan de bon laten we achterwege, hier willen we niet aan herinnerd worden.
De camper is van formaat stadsbus plus, wat een belachelijk groot ding. Een appartement op wielen met zonnepanelen, een schuur, uitklapbare slaapkamer, een badkamer en maar liefst drie bedden. Groter dan de campers waar we mee naar Frankrijk en Italië zijn geweest.
We moeten zo’n 300 kilometer rijden naar onze eerste camping bij Elk Island. Joyce begint met sturen (zoals altijd) en zal helemaal tot het einde doorrijden. Eens kijken of ik ook nog ‘mag’ deze vakantie.
De weg is wat saai, zo werd het in de reispapieren ook beschreven. Rechttoe rechtaan, weinig afwisseling en ook amper iets te zien. Een noodzakelijk tussenstuk waar we doorheen moeten.
Gelukkig verandert dat zodra we in de buurt komen van Elk Island. We karren het national park in, zien de eerste bison (helaas geen foto), krijgen een duidelijke kaart mee bij de entree en rijden naar de camping. We missen de receptie omdat we geen borden lezen, maar checken even later alsnog in. Plek 39 is tot woensdag van ons.
Als een vrachtwagenchauffeur met twintig jaar ervaring zet Joyce zonder blikken of blozen de camper op zijn plek. Om hem waterpas te krijgen zetten we aan de zijkant twee gele verhogingen en klaar is Kees.
De kinderen rommelen wat op de camping en gaan douchen. Joyce ruimt de boodschappen op en zorgt dat de kleding uit de koffers een net plekje krijgt. Uitstekend bezig die Hoveling.
Er staat een soort vuurkorf naast elke campingplek en het lijkt ons leuk om die te gebruiken. Bij de receptie liggen zakken vol hout die je voor 9.50 Canadese dollar kunt kopen. Lone en ik lopen er even heen en maken gelijk wat foto’s bij Astotin Lake. Prachtig met die zon over het meer. Morgen willen we kijken of we er een kano kunnen huren. Zwemmen mag helaas niet door de algen die er aanwezig zijn. Die maken gif aan waardoor je ziek wordt of huiduitslag kunt krijgen.
De eerste maaltijd in de camper is een klassiekertje: broodje hamburger met ui, tomaat en een lekkere klodder majo. Met een knisperend vuurtje op de achtergrond en eekhoorns die schreeuwen vanuit de bomen, genieten we volop van onze eerste uren rond de camper.
We hebben na het eten de lokale Canadese media gebeld want we hebben groot nieuws: DE KINDEREN HEBBEN AFGEWASSEN! #breakingnews Eens kijken of we dit erin kunnen houden tijdens de vakantie bij de dames, want ja… zij hebben ook gewoon vakantie.
Hoewel het nog lekker licht is, merken we dat het wat koud begint op te trekken buiten. We ruimen de spullen op, controleren of er buiten geen eten meer ligt en gaan met z’n vieren ons ruime appartement in om wat te lezen, puzzelen en om the chillen. Jetlagtechnisch gaan we ook lekker, ruim na 22:00 uur gaan we pitten. Top!










Elk Island – Astotin beach campground
Er liggen dikke dekens in de camper en gisteren voor het slapengaan zei ik nog heel stoer ‘die hebben we vast niet nodig, de temperatuur is nog best aangenaam in de camper’. Hier kom ik binnen enkele uren op terug want van fris ging het ’s nachts naar echt koud. We liggen warm onder de dekens, maar binnenin de camper is het gewoon echt heel koud.
Tegen de tijd dat we de camper uitgaan is het buiten wel lekker. We zetten de tafel achter ons huis op vier wielen in de zon en we gaan lekker ontbijten. Scones, om Lone te quoten ‘bah, wat zijn die dingen droog’, witte broodjes, bagels en croissants staan op tafel. We smullen ervan met een heerlijke bak koffie en sinaasappelsap.


Amisk Wuche Trail 🥾🌲
De eerste echte wandeling door de natuur staat vandaag op het programma. Uit de ervaringen van anderen hebben we gelezen dat we de Bever Pond wandeling moeten doen. Navraag bij de receptie leert dat dit nog een stukje rijden is met de camper en dat willen we eigenlijk niet. Flexibel als we zijn passen we ons aan en besluiten om de Amisk Wuche trail te trotseren. Deze 2.7 kilometer lange trail begint net achter de camping. Hij is korter dan onze eerste keuze, maar we komen wel meer hoogtemeters tegen.
Na een aantal minuten ervaren Joyce en ik wat weerstand bij de dames. Lopen? Door de natuur? Moeten we dat echt doen? Het moment waarvan je stiekem in je achterhoofd wist dat ging komen… Nadat we alle uitleg die we tijdens de voorbereidingen richting Canada nog eens hebben herhaald en we we nogmaals vertellen dat dit een avontuurlijke reis is en geen vakantie op het strand, lopen de dames iets minder geërgerd mee. Op wat vogels en onwijs veel insecten na, zien we helaas geen dieren, maar hier komt gelukkig vandaag nog verandering in. Spoiler! Uiteindelijk valt de trail nog alleszins mee en zijn we vlot weer terug bij onze kampeerplek.









Varen na de lunch 🚣🏻♀️
Na de lunch en wat gechill bij onze camper willen we het Astotin Lake op met een kano of kajak. De wandeling naar de verhuur is kort en gaat via dezelfde weg als naar de receptie. Nadat we 72 dollar hebben betaald, factor 50 hebben gesmeerd en de bootverdeling hebben gemaakt, gaan we het water op. Eerste indruk: de algen zoals eerder genoemd in dit verslag, stinken verschrikkelijk. Niet te harden, wat een geur. We mogen van geluk spreken dat het alleen aan de oever stinkt, want anders was dit geen pleziertocht geworden. Het meisje van de verhuur duwt ons met blote voeten nog weg ook en moet daardoor met de gehele voet in de groene derrie gaan staan. Dit kan niet gezond zijn, ze waarschuwen niet voor niets dat het je huid kan aantasten. We zijn gerustgesteld als we haar daarna direct naar de douche zien lopen om de voeten schoon te spoelen.
Lizzy zit bij Joyce in de kano en Lone zit bij mij in de kano. Na een paar tellen leggen de kinderen de peddel neer zodat Joyce en ik al het werk voor onze rekening mogen nemen. Je verwacht het niet. We peddelen richting een klein eiland wat goed te zien is vanaf de kant. Daarna besluiten we, als we er eenmaal zijn aangekomen, om er omheen te varen. We zien wat vogels op het eiland en veel kleine beestje tussen alle algen in het meer tot zo ver niets noemenswaardigs. Maar dat verandert snel…








Bever naast de boot 🦫
We maken wat filmpjes en foto’s vanuit de boot en net als Joyce stopt met filmen zegt ze ‘oh, kijk eens!’. Er duikt vlak naast onze bootjes een bever op. Je ziet alleen zijn koppie, maar het is heel duidelijk de knager die al die bomen hier omver knaagt. We zitten even in twijfel, want wat doen we nou? De bever zwemt rustig verder en duikt af en toe onder water. Dan zijn we hem kwijt. De bever besluit koers te zetten richting het eiland waar we net omheen zijn gevaren. Hij gaat aan land en begint wat plantjes te eten. Heel langzaam naderen we het beest, schieten beeldmateriaal en verwonderen ons over de natuur. Wow wat gaaf.
Door ons beveravontuur zijn we de tijd helemaal vergeten en we moeten nog een aardig stukje terug over het water. Lone helpt mee met peddelen en we zijn ruim op tijd aan wal. Lizzy doet ook haar best en ze komt niet veel later met Joyce aan de kant. Wat een fantastische beleving was dit.




Meer stinkende algen🦠
We lopen nog een rondje over een trail met vlonders, maar zijn blij dat hij met 400 meter aan de korte kant is. Ook hier is die algengeur niet te doen. Blauwe algen, beschimmelde algen, rottende algen en uitgedroogde rottende algen. Ze liggen er in alle kleuren en geuren. Na de wandeling lopen we naar de camper terug. Een heerlijk dagje vol natuur en belevenissen met wat stinkende algen on the side.

Douchen, eten en naar bed
Joyce en ik gaan douchen terwijl de dames chillen bij de camper. Ze zijn lekker aan het puzzelen en lezen deze vakantie. De telefoon is door het tijdsverschil met thuis en de beperkte data toch iets minder belangrijk. Trots op onze girls.
In het avondzonnetje snij ik de ui, paprika en courgette en Joyce maakt er spaghetti van met rode saus op ons driepits fornuis. De dames wassen weer af, geen krantenbericht meer waard, wel een foto bij dit bericht als bewijs. En ik wilde het even benoemd hebben. Als alle vaat schoon op tafel staat, gaat Lone ook douchen. Lizzy loopt voor de gezelligheid mee. Lone durft wel alleen hoor, zegt ze. Het is gewoon gezelliger met mijn zusje. Haha.
Buiten zakt de temperatuur en wij zijn eigenlijk ook wel moe. Onder de wol lezen we wat en doen een puzzeltje. Heerlijk dagje weer.

Vetrek Elk Island, op naar Rocky Mountain House & riool-gate 💩
De wekker moet ons om 08:00 uur wakker maken, en dat lukt. Vandaag vertrekken we uit Elk Island en gaan richting Rocky Mountain House.
Als ik een fluitketel met water heb opgezet voor koffie en de afwas, lopen Lizzy en ik naar de douche. Even opfrissen voor het volgende avontuur.
Na het ontbijt pakken we alles in, zorgen dat we het officiele stappenplan voor vertrek afvinken en rijden terug naar de receptie. We moeten het vuile water lozen dat bijvoorbeeld door de gootsteen loopt, maar ook de minder frisse tank vol met uitwerpselen. Mooi klusje.
Joyce en ik hebben goed opgelet bij de uitleg, want we doen het in een keer goed. Slang aankoppelen en aan de hendels trekken. Eerst de meest smerige tank en daarna het afvalwater verdwijnen keurig in het speciale gat in de grond. So far, so good. Maar dan komt het, Joyce Hoveling door de bocht. Het is de bedoeling dat je de slang even naspoelt zodat er niet al te veel smerigheid in achterblijft. Er staat een kraan en door de grote flexibele buis laat je flink wat water lopen voordat je hem opbergt. Terwijl de kraan waar ik naast sta volledig openstaat, lijkt het Joyce een goed idee om aan het uiteinde bij de put met haar voet over de buis te rollen. Zo zou – volgens riooldeskundige J. Hoveling – de rommel er makkelijk uitgaan. Maar als je aan de ene kant rolt, beweegt de buis bij de kraan. Met als gevolg dat er een sloot water uitspuit en het niet zo heel frisse water over mij heenkomt. Ok… en door.
Joyce komt haast niet meer bij en loopt met tranen in haar ogen de camper binnen terwijl ik het klusje buiten beteuterd afmaak. Al doende leert men, dus ik ga ervan uit dat dit een volgende keer niet meer gebeurt… toch Joyce?!
Disclaimer: hier zijn gelukkig geen foto’s van.
Bison loop 🦬
Op de weg richting Edmonton Mall kunnen we een afslag nemen om bison loop te rijden. Een korte grindweg van ongeveer 1 kilometer waar de kans groot is om bisons in het wild te zien.
We nemen de afslag en Joyce laat de camper rustig rollen over het hobbelige pad. We zien er een in de verte en hopen om er straks een van dichterbij te kunnen zien.
Het geluk is aan onze zijde, want ergens halverwege het pad komt een bison onze kant op sjokken. Hij graast wat en loopt dan op een paar meter achter onze camper langs. Wow, wat vet zeg.
Het beest is alleen, hij is aan de wandel zonder kudde. We zijn onder de indruk, wat een enorm exemplaar is dit.
Genoeg dieren gezien papa en mama, laten we weer eens naar een mall gaan. Ok dames, doen we.



West Edmonton mall 🏬 🛍️
De West Edmonton Mall is een waar paradijs voor kinderen — en zeker voor twee nieuwsgierige en actieve meisjes! Deze gigantische mall is veel meer dan alleen winkels: je vindt er een enorm indoor waterpark met glijbanen en golven, een indoor pretpark met achtbanen, een schaatsbaan, een minigolfbaan en zelfs een zeeleeuwenshow. Het is één grote mix van avontuur, plezier en shoppen.
We parkeren onze camper vlakbij de mall en lopen richting het machtige complex. We zijn net binnen en ik zie een barber shop. Aangezien ik geen tondeuse mee heb en ik van Joyce niet als Lambik voor de dag mag komen, vraag ik wat het kost om mijn hoofd te scheren. Voor $30 doen ze het en ik vind dat bedrag prima om netjes voor de dag te komen. Ze nemen de tijd en ik krijg een zeer uitgebreide treatment. Eerst een warme vochtige handdoek om mijn hoofd, daarna scheerschuim en vervolgens begint de man mij centimeter voor centimeter heel nauweurig te scheren met een mesje. Als hij klaar is, maakt hij alles schoon met opnieuw een vochtige handdoek en met after shave als finishing touch ben ik weer het heertje.
We zoeken een Starbucks op zodat ik via wifi Polarsteps kan bijwerken. De dames nemen wat te drinken en weten niet hoe snel ze de enorme mall in moeten rennen. Dag girls, tot straks.
Het shoppen gaat de dames best goed af en ze slagen bij Sephora, Old Navy, Victoria Secret, Levis en Hollister. Mijn suggestie is dat we ook een extra koffer moeten kopen én inchecken op de terugreis. Hoe gaat dit in hemelsnaam passen? Uitgehongerd halen ze mij op bij Starbucks. We zetten direct de focus van shoppen om naar eten en lopen richting het food court. Het is een soort Canadese Mout met veel verschillende keukens. Voornamelijk fast food, dat moet gezegd. Joyce, Lone en ik nemen een broodje bij de Subway en Lizzy neemt frietjes en chicken tenders bij KFC. Maagjes gevuld, geld uitgegeven, nieuwe kleding in de tasjes! We zijn klaar om door te rijden naar Rocky Mountain House. De camper kan nog wat benzine gebruiken en Joyce heeft ondertussen ook een nieuw lijstje met boodschappen gemaakt. Als ook die taken zijn afgevinkt, gaan we op pad.

Rocky Mountain house aankomst
Als we de navigatie instellen op onze nieuwe bestemming, blijkt dat we nog dik twee uur moeten rijden. Aankomsttijd gaat richting 20:00 uur en zo laat komen we ook aan op Black Sheep Camp. Nog net voor sluitingstijd lopen we de receptie binnen en krijgen plek 119 aangewezen. Joyce draait de camping af en rijdt er een kilometer verderop weer op. Nadat we een korte onverharde weg hebben gevolgd, zien we ons plekje tussen de bomen. Het regent nog een beetje als we de camper op zijn plek zetten.
Deze camping heeft wateraansluitingen en stroom bij de kampeerplekken en hier maken wij maar al te graag gebruik van. Omdat het al wat aan de late kant is, hebben we geen zin meer om uitgebreid te koken. Noodles, eitje en wat heerlijke verse broodjes van de supermarkt zetten we op tafel. We eten een keer binnen want buiten is het fris en nat. Joyce en ik ruimen alles op en de kinderen doen de afwas. Als alles aan kant is, lopen Joyce en ik nog even in de schemer richting de receptie om te kijken hoe ver de doucheruimte is. Dat blijkt nog best ver. Morgen gaan we naar het Rocky Mountain House Historic Site. We hebben bedacht, omdat we er met de camper heengaan, dat we de camper als we terugkomen parkeren bij de receptie en dan gaan douchen en wassen. Het is weer koud, snel onder de wol. Lezen en daarna het lampje uit. We zijn kapot na al het shoppen, reizen, bloggen, foto’s maken, elkaar dwarszitten en vooral genieten van al het moois wat Canada te bieden heeft. Tot morgen.


Rocky mountain house – David Thompson trail🥾
Geen wekker vandaag, maar we zijn toch rond 08:00 uur wakker. Ik loop naar het toiletgebouw terwijl de dames zich klaarmaken voor het ontbijt. Wederom zitten we binnen tijdens het eten, want het regent weer/nog steeds. De voorspelling klopt helaas. De wandeling vanaf het Rocky Mountain House Historic Site staat vandaag op de planning. Het is zo’n tien minuten rijden naar de start. We hebben onze zinnen gezet op de David Thompson trail. De wandeling is vernoemd naar een legendarische cartograaf uit deze streek die lang geleden veel op ontdekking is gegaan.
Het regent nog steeds als we aankomen bij de bezienswaardigheid. Niets aan te doen en gelukkig is Joyce zo slim geweest om poncho’s mee te nemen. We schieten alle vier een plastic zak aan en beginnen met de wandeling. Er is overal audiobegeleiding al is dat aan ons niet echt besteed. We blijven toch ongegeneerde cultuurbarbaren. Op de helft komen we bij een grote overkapping met een picnictafel. We hebben niet echt lunch mee, maar een paar reepjes en wat water gaan er wel in zodra we lekker zitten. Een stukje verderop loopt een paadje richting de Saskatchewan River. Nadat de eekhoorn ons uit de bomen heeft toegesproken, lopen we richting de rivier. Lone en Lizzy pakken wat stenen langs de kant en gooien ze het stromende water in.
Op de route komen we nog overblijfselen tegen uit de tijd dat er bont weer vervoerd via de rivier en verhandeld op het land. We vervolgen onze weg en lopen heel toevallig langs een overduidelijke geocache. Niet heel lastig te vinden, gewoon in een kistje tegen een boom. Eenvoudig maar daarom niet minder leuk om te loggen. Verderop komen we langs een paar tipi’s, ook wel Indianen wigwams genoemd. Een meisje in Indianenstijl gekleed staat bij een van de tipi’s om uitleg te geven over de wapens die ze hadden, het speelgoed dat gemaakt werd en de sierraden die ze destijds droegen. Deze tastbare informatie vinden we wel interessant en luisteren aandachtig wat de ze allemaal vertelt. Nog een kort stukje wandelen en we zijn terug bij het beginpunt.














Expeditie bear spray 🐻
Op de terugweg naar de camping tanken we benzine, vullen we het gas bij en gaan naar de Canadian Tire. Joyce moet en zal bear spray kopen en dat hebben ze daar. We lopen de enorm grote winkel door en kunnen bij de kassa bear spray kopen. Hiervoor is registratie nodig en nadat we alles hebben ingevuld en het formulier hebben bezegeld met een handtekening krijgen we de spuitbus mee. De hartslag van Joyce is sinds de aankoop gemiddeld vijf slagen per minuut lager. Een ontspannen Hoveling met bear spray in de rugtas. Happy wife, happy life. Haha.
Douchen & wassen op de camp site
We parkeren de camper bij de receptie van de camping. Koffers vol kleding hebben we mee naar Canada en daar is ondertussen best al een hoop van smerig. Naast de douches op de camping hebben ze wasmachines staan. Bij de receptie haal ik 25 loonies in een rolletje. Een loonie is een dollarmunt en die hebben we nodig om te douchen en te wassen. Vijf minuten douchen is een muntje en een wasje draaien kosten vier muntjes. Na het douchen wachten we buiten in het zonnetje totdat de was klaar is. Ze hebben wifi, die is alleen niet vooruit te branden. Een appje sturen lukt, al het andere is niet te doen.
Terwijl Joyce begint aan een heerlijke Ceasar salade, hang ik de was op. Binnen aan tafel smikkelen we heerlijk van de salade. Na het eten wassen Lizzy en ik af, doen nog een spelletje Skip Bo en slenteren daarna naar bed. Lone en Lizzy slapen vannacht samen in de cabine boven de bestuurder en bijrijder. Eens kijken of dat goed gaat.
Rit naar Banff
Na weer een frisse nacht gaan de luikjes rond 07:30 open op camperplek 119. Lone en Lizzy hebben prima naast elkaar gelegen, super gedaan dames. De tafel dekken we met al het lekkers wat we bij ons hebben. Koffie, thee, sinaasappel- en appelsap erbij en we zijn klaar voor de dag. Omdat we best lang zonder water en elektriciteit op de camping in Banff staan, wil Joyce weer boodschappen doen. Met lichte tegenzin ga ik mee. Zonde van de tijd en volgens mij hebben we een camper vol spullen al bij ons.
Door een foutje in de informatie van het reisboek duurt de reis niet twee uur maar bijna drie uur. Er stond 170 kilometer aangegeven, alleen als wij de camping invoeren in Google Maps geeft hij 260 kilometer aan. Niets aan te doen…De weg naar Banff is prachtig. Het is rechttoe rechtaan en aan sommige wegen lijkt geen eind te komen. Dat vinden we helemaal niet erg want de natuur is schitterend. Zoveel mooi groen uitgestrekt landschap.
De camper zuipt aardig en met nog een 20 minuten te gaan naar onze eindbestemming, gooien we hem weer vol. Je kunt het maar in de tank hebben. Tunnel Mountain Campground 1heet onze camping. Bij de entree zit een aardige behulpzame man en hij legt uit hoe we bij plek K6 komen. Het valt ons op dat alle Canadezen vriendelijk en behulpzaam zijn. Of het nou op straat, bij de supermarkt of bij het tankstation is, ze staan voor je klaar. Kunnen we in Europa nog iets van leren.






Met de bus naar Banff
We zetten de camper op zijn plek, spannen een waslijn voor de nog vochtige was en zetten voet naar de bushalte op de camping. Zowel onze reisgids als de camping raadt aan om met public transport ROAM te reizen in Banff. Lijn twee van de camping rijdt richting het centrum van Banff. Het is slechts een kort ritje met een paar stops.
Het doel was eigenlijk om een fiets te huren, maar zodra we een gezellig terras zien en de wat lege maagjes voelen, twijfelen we geen seconde. We gaan zitten en het blijkt ook nog eens happy hour te zijn. Allemaal een lekker drankje en wat nachos, daar waren we wel aan toe. De wifi is ook nog eens een dikke tien, dus werken we alle streaks bij en delen wat foto’s met het thuisfront.
Het terras verlaten we en lopen naar de straat achter de winkelstraat. Hier moeten talloze fietsverhuurbedrijven zitten. Dat blijkt ook te kloppen. Gezien de tijd die we hebben en het tarief wat ze vragen, besluiten we het fietsen over te slaan. We hebben toch al een lekker dagje gehad op onze nieuwe bestemming. Nadat we bij de tourist info hebben nagevraagd hoe we morgen bij Johnston Canyon komen, pakken we de bus terug naar onze campground.







Johnston Canyon 🥾 💦
Early Birds zijn we vandaag. Slaap uit de ogen, ontbijtje erin en gaan. Met bus 2 vanaf de camping terug naar het centrum van Banff om over te stappen op lijn 9 naar Johnston Canyon. De wandeling naar twee watervallen staat op het programma vandaag. Het weer valt ons mee. Strak blauw met een paar wolkjes. Niet verkeerd voor een hike door de natuur.
Het is een kleine anderhalve kilometer lopen naar de eerste waterval. De wandeling door de kloof is werkelijk waar schitterend. Overal groen, kristalhelder water en vrolijke haast tamme eekhoorns maken het tot een fraai schouwspel. De weg loopt op en af en zo maken we nog aardig wat hoogtemeters. Aangekomen bij de eerste waterval worden we geconfronteerd met een rij. De rij mensen reikt tot een grot. We besluiten om als makke schaapjes de meute te volgen en zo staan we wel 40 minuten te wachten tot we ook de grot in mogen. De beloning is er niet minder om. We lopen met z’n vieren door de grot en komen uit op een klein balkon. Hier kun je het water met al die power zien kletteren. Een geweldige ervaring om zo dicht bij de waterval te komen.
Door hetzelfde groene decor vervolgen we onze weg naar waterval twee. We komen ogen te kort met al die pracht. Foto’s en video’s maken we bijna non stop van het moois. Bij de tweede waterval staat ook een rij, ongeveer net zo lang als de eerste. Deze rij gaat wel iets sneller. Ditmaal eindigt de lijn met mensen voor een hoge waterval waar iedereen z’n moment vastlegt. Schitterend. Joyce en ik lopen nog naar een uitkijkpunt terwijl de dames op een bankje zitten. De benen van de meiden zijn op.
De terugweg naar de bus gaat nog sneller. We hoeven minder stil te staan voor foto’s en er is ook geen rij waar we tijd aan kwijt zijn. Hoppa, vlot weer terug. De bus terug naar Banff, daar lopen we in een rechte lijn naar het restaurant met uitstekende wifi. We drinken een lekker drankje, gooien alles weer de ether in en rekenen af.
Bij de camper maken we het douchegebouw onveilig, eten we hot dogs en stoken nog een lekker vuurtje.
A day well spent, slaap lekker.















Banff Gondola 🚠
Goed nieuws en slecht nieuws voor mijn geliefde girls. Ja, we moeten er weer vroeg uit, hebben we het slechte nieuws maar alvast gehad. Het goede nieuws is dan we met een Gondola de berg opgaan. Een soort skilift, een cabine waar je met z’n vieren in kan zitten. Deze activiteit hebben we in Nederland al geboekt omdat we aansluitend op de top gaan lunchen bij de Sky Bistro bar.
Hetzelfde recept als gisteren. Bus in op de camping, overstap in Banff. Na de twee ritten zijn we een uur verder en aan de voet van Sulpher Mountain.
We hebben de ‘afvaart’ van 09:20, tijd genoeg voor koffie bij de Starbucks naast de ingang. Na wat gesnuffel bij de souvenirs (terwijl we niets kopen #primeur) is het tijd om te boarden. Licht zenuwachtig loopt Joyce de rij door. Foto maken en instappen maar.
We zitten relaxed in de cabine, op een na. Haha. Na een minuut of tien staan we bovenop de berg.
Bij goed weer word je beloond met een adembenemend 360-graden uitzicht over de Rockies, de Bow Valley en het stadje Banff. De wolken nemen een hoop ‘view’ weg vandaag. Het is grijs op de top en we zien amper iets.
Lone en Lizzy gaan terug naar binnen, ze hebben het koud. Joyce en ik beginnen aan de boardwalk wandeling, maar Joyce wil de kinderen niet te lang alleen laten en ze gaat terug. Ik loop hem af tot het punt waar het onderhoud begint en je niet verder mag.
Het is nog even wachten tot we mogen aanschuiven bij de Sky Bistro bar voor de lunch. Niet getreurd, change of plans. Goede wifi to the rescue. Bovenop de top, waar je normaal gaat genieten van een schitterend uitzicht en ogen tekort komt, hebben ze ook onwijs vlot internet en het is nog gratis ook. Filmpjes naar de oma’s, een post op Instagram & FB. Zodra alles de lucht in is, laten we de internetkabel roodgloeiend achter. Op naar de lunch.
Nogmaals, normaal zit je op de top met een fraai uitzicht en daar staat de Sky Bistro bar ook om bekend. Hoewel de lucht iets klaart, is het niet waarvoor we omhoog gekomen zijn. Gelukkig maakt het chique restaurant een hoop goed. De dames nemen een burger, Joyce een koude zalm en ik groene pasta. Geen view, wel fantastisch eten.
Na het eten gaan we kijken of we vlotter naar beneden kunnen. We mogen pas om 15:10 met de gondola terug naar het dal. Dat duurt nog anderhalf uur. Gelukkig zijn ze hierop ingericht bij de informatiebalie. Ticket omzetten en een kwartier later mogen we in de rij. Top.
Beneden kopen we nog wat foto’s die ze gemaakt hebben en pakken de bus terug naar de camping.















Uitslapen en chillen bij de Hot Springs
Eindelijk een beetje uitslapen. Dik verdiend na twee dagen de wekker op absurde tijden 😉
Vlakbij onze camping liggen de Banff Upper Hot Springs, een natuurlijke warmwaterbron met heerlijk warm mineraalwater en een prachtig uitzicht op de omringende bergen. Deze historische baden, gelegen op de flank van Sulphur Mountain, zijn al meer dan een eeuw een populaire plek om te ontspannen na een actieve dag wandelen of sightseeing.
Alles in Canada (en ook Amerika) is XXL. Het is minstens twee keer zo groot als bij ons in Europa en uiteraard overweldigend en indrukwekkend. Als de dame bij de toerist informatie zegt dat er onwijs veel mensen in de Hot Springs passen, zijn de verwachtingen hoog. Niets is echter minder waar bij dit kleine buitenbad. We lopen een paar ruimtes door, kleden ons om en komen automatisch bij het warme buitenbad aan. Met zo’n 40 graden is het best pittig en er schijnen – volgens de strenge life guard – dagelijks mensen buiten bewustzijn in het water te liggen. Bevangen door de hitte.
We vragen ons af of dit het is… en ja. Dit is het. Haha. Een nogal klein uitgevallen buitenbad met een diepte van maximaal 1.40 meter. Dit is even niet XXL. Wij hadden meer een spa verwacht waar het buitenbad dan een onderdeel van zou zijn… uuuhmmm nee dus. Hahahah. Neemt niet weg dat het uitzicht uitmuntend is zo op de bergen.
Omdat het water bloedheet aanvoelt, houden we het anderhalf uur uit. Dan zijn we er wel klaar mee. Toch lekker zo’n dagje waar we even niets hoeven en rozig de Hot Springs uitlopen.
Na een welverdiend frietje pakken we de bus terug naar de camping. We frissen ons in sneltreinvaart op en gaan direct terug met de bus naar het centrum. In een kwestie van 30 minuten zijn we op een neer. Afhankelijk van dus bus hier en er zat haast bij als we nog willen shoppen. We eten bij ons favoriete Park restaurant nadat we voor Lizzy een veilige grijze hoodie hebben gekocht. Ze heeft alleen een witte hoodie mee op reis en dat is met camping life nou eenmaal niet handig met onze kabouter.
Na het eten werk ik Polarsteps bij, zet Lone groene vinkjes bij haar SnapChat-streaks (of zijn ze Snap-geel??) en winkelen Lizzy en mama nog even verder.
Morgen een korte rit naar het Lake Louise, bekend om het heldere blauwe water.




Retourtje Calgary 🔁 – Camper troubles 🚐
Nadat we wakker zijn, willen Joyce en ik gaan douchen. Het douchegebouw is net als gisteren dicht, ze zijn aan het schoonmaken. Onderweg naar de douches van een naastgelegen terrein, vragen wij onszelf af waarom ze telkens om 08:30 de boel sluiten voor de big clean up. #niethandig Joyce komt een rij met zes Aziaten tegen en loopt zonder te douchen terug. Ik heb geluk, er is niemand en kom even later fris aan bij de dames.
We ontbijten met dezelfde ingrediënten als de dagen ervoor. We moeten nodig weer boodschappen doen. De dames wassen af en wij maken ons klaar voor vertrek… althans dat is de bedoeling. Nadat alles is opgeruimd willen we de slide out naar binnen halen. Dit is het deel van de camper wat naar buiten kan waardoor het binnen veel groter is. Dit zou op een van de accu’s kunnen, alleen bij ons moet de motor draaien. Als de ronkende motor de vieze uitlaatgassen in de groene natuur blaast, proberen we het knopje op het paneel in ons huisje op vier wielen. Er gebeurt niets.
Toen we aankwamen bij Elk Island op de eerste camping hebben we dit ook gehad met de slide out naar buiten. Aan de telefoon werd ons uitgelegd wat we toen moesten doen en we proberen dezelfde truc opnieuw uit te voeren. Alles uit, hoofdschakelaar om en alles weer aan. Een kind kan de was doen, het is net een computer. Alleen deze keer kan zelfs een volwassenen de was niet doen. Wederom doodse stilte als we het knopje omzetten. Nadat hulp van onze lieve buren op de camping ook geen soelaas biedt, beginnen we weer te bellen. Een Nederlandse dame neemt op bij de supportlijn. Mirjam neemt ons nog eens mee door alle stappen, maar tevergeefs, het werkt niet. Ook de e-mail met oplossingen verandert niets aan ons issue. Ze stuurt een monteur naar plek K6 van de Tunnel Mountain Village 1 camping.
De monteur is er een uur eerder dan verwacht. Dat is lekker. Hij loopt alles na en krijgt het uiteindelijk voor elkaar om handmatig de slide out naar binnen te krijgen. Zijn conclusie is dat de switch (knopje) of de controller (apparaat wat het geheel aanstuurt) kapot is. Hij overlegt met de supportlijn en ze adviseren ons om terug te gaan naar Calgary. Dat is nog wel anderhalf uur rijden, maar met nog twee weken voor de boeg, zien we geen andere keuze. Natuurlijk is het een optie om de slider altijd naar binnen te laten, dat kan zeker. Wij hebben wel behoefte aan een beetje ruimte binnen en bovendien hebben we flink knaken neergelegd voor deze optie.
Na anderhalf uur staan we op het parkeerterrein waar de reis met onze camper begon. Ik loop naar binnen, leg het verhaal uit en mag van de vriendelijke jongeman rustig plaatsnemen op de bank. Na een kleine 10 minuten staat hij weer voor me. Probleem opgelost. Opgelost? Het bleek dat de accu leeg was van de slider en dat zelfs de motor niet voldoende kracht leverde om de boel naar binnen te halen. De blik van Joyce toen het plots bleek te werken was priceless zei man van de verhuur met een big smile. Tjonge… wat zonde dit.
Nu we er toch zijn doen we weer boodschappen bij het naastgelegen Save-On-Foods en rijden met een noodgang (en uiteraard heel veilig) door naar Lake Louise. Het is nog twee uur karren, eigenlijk bijna dezelfde weg die we al eens hebben afgelegd naar Banff. Onderweg is het weer prachtig wat we allemaal zien. Machtige bergketens, overal water, beekjes en meren en ontelbaar veel bomen.
Aangekomen bij Lake Louise dumpen we eerst het vuile water en onze toilet om vervolgens door te rijden naar plek 148 met stroom. Top. Camper recht, stroom aansluiten en klaar. Gisteren schreef ik nog dat we een korte rit voor de boeg hadden, die bleek via Calgary toch langer dan verwacht.
De dames snellen direct naar het toilet en daarna richting de douche. Een toch wel verloren dag komt ten einde. Gelukkig is het nog steeds prachtig en wat we om ons heen zien maakt ons blij. Einde klaagzang! Tomorrow a brand new day in Canada.
Slaap lekker.










Een van de mooiste plekken op aarde: 🩵 Lake Louise 🩵
Na alle hectiek van dinsdag slapen Joyce en ik onrustig. We woelen, worden vaak wakker en de nacht is veel te kort. De wekker is onverbiddelijk en gaat al om 07:15. We hebben vandaag een duidelijk doel: Lake Louise.
We halen de oprijplaat — die we gebruiken om de camper waterpas te zetten — weg bij het achterwiel en beginnen vol goede moed aan de slide-out. Na een nacht mét stroom zou het moeten lukken. Helaas, mijn vermoeden klopt: de accu die de slide-out voedt, is aan vervanging toe. Geen tijd om dat nu te fixen. Joyce zegt resoluut: “Kom, we rijden gewoon met de slide nog uit.”
Ik koppel de stroom af en loop naast de camper terwijl Joyce hem rustig uit het straatje van de camping manoeuvreert. Kleine context: met de slide-out uit steekt de camper zo’n 80 centimeter extra uit en is de linkerspiegel nauwelijks bruikbaar. Na zo’n 50 meter zet Joyce hem op de handrem, motor draaiend. We proberen nog één keer de slide naar binnen te krijgen — en ja hoor, het lukt! Wat een held, die Hoveling. Nog voor 08:00 uur verlaten we de camping, op weg naar het turquoise water van Lake Louise.
En Lone en Lizzy? Die merken er weinig van. Ze mogen — bij hoge uitzondering — blijven liggen in het bed boven de bestuurderscabine. Sssst, niks zeggen tegen de Canadese politie.
Op de weg is het nog heerlijk rustig, maar dat geldt niet voor de parkeerplaats. Overal werd gewaarschuwd dat je vroeg moet komen, anders is er geen plek meer. Wij zijn op tijd. Opvallend: vooral personenauto’s, nauwelijks grote campers. We kiezen een plek helemaal aan het begin, die lijkt het langst en dus het meest geschikt voor ons logge voertuig. Ik koop een dagticket bij de automaat — we mogen tot 19:00 uur blijven.
Tijd om de meiden voorzichtig wakker te maken. Niet makkelijk. Het is vroeg, ze hebben geen zin om te wandelen — het gebruikelijke riedeltje. Joyce en ik trekken ons ‘uitlegboekje’ er weer bij (deze reis altijd binnen handbereik 😉). We vertellen waarom deze plek zo bijzonder is en proberen ze naar de ontbijttafel te lokken. Slim als we zijn, ontbijten we pas op de parkeerplaats — een soort handdoekje leggen bij een all-inclusive resort, maar dan met een camper van 8 meter.
Na het eten maken we ons op voor misschien wel de mooiste dag van de vakantie. Wandelschoenen aan, warme truien mee (het is nog fris), en de rugzakken gevuld met eten en drinken. Hop hop, wandelen maar. Het eerste stuk langs de weg is weinig spectaculair — wel bos, maar ook verkeer. Dat verandert zodra we dichter bij het wereldberoemde meer komen. Na een korte, steile klim verschijnt het hemelsblauw ineens tussen de bomen. Wauw. Alsof we in een ansichtkaart stappen.
Lake Louise is met recht een van de meest iconische plekken in de Canadese Rockies. Het helderblauwe water ontstaat door smeltwater van gletsjers dat fijngemalen gesteente bevat — prachtig en uniek.
Bij het boothuis staat een bescheiden rij voor de kano’s. We besluiten aan te sluiten, in de hoop dat we met één kano uit de voeten kunnen — dat zou flink schelen in de kosten. Helaas, de weegschaal beslist anders: kinderen boven de 25 kilo mogen niet bij elkaar in één kano. Dus worden het er twee. Kassa.
Maar zodra we het water op glijden, zijn we die creditcard snel vergeten. Lone stapt bij Joyce in, Lizzy zit bij mij voorin. Ogen tekort. Wat is het hier onwaarschijnlijk mooi. Omringd door imposante bergtoppen en de Victoria-gletsjer peddelen we rustig over het kraakheldere, turquoise water. De zon schijnt, het uitzicht is magisch — ideaal voor Insta en TikTok.
Om 12:00 uur leggen we aan bij het boothuis. Peddels in de emmers, reddingsvesten uit. Safety first in Canada. Zwemmen wil je hier trouwens niet: het water blijft het hele jaar tussen de 1 en 5 graden. We ploffen neer op een bankje en eten muffins en zure snoepjes — tijd voor de volgende etappe van de dag: de wandeling.
Vanaf het water hadden we al veel mensen langs het meer zien lopen. Wij willen door naar Lake Agnes, wat hoger gelegen. Een pittige klim, maar het uitzicht (en het beroemde theehuis boven) moeten het waard zijn.
De trail begint meteen stevig — een onverhard pad dat direct omhoog gaat. Binnen no-time stijgt de hartslag. Twee van ons vinden dat prima, de andere twee hebben het zwaar. Na 500 meter haken Joyce en Lizzy af en kiezen voor een wandeling langs het meer. Lone en ik gaan voor de top.
De klim is zo’n 4 kilometer, met 400 hoogtemeters. Een gemiddelde stijging van 10% dus. We vinden na verloop van tijd ons tempo, zoals ik dat ken terwijl ik een berg op fiets. Na een tussenstop bij Mirror Lake bereiken we de top in iets meer dan een uur. Helaas, de pinautomaat van het theehuis is net uitgevallen en we hebben geen cash. Geen snack dus.
Toch een gelukje: als Lone even wegdroomt op een bankje, springt er plots een eekhoorn op haar schoot. Ik ben nét te laat met mijn camera, maar het moment is goud waard. We sturen Joyce een berichtje dat we er zijn en beginnen aan de afdaling.
Die gaat vlot. Lone loopt voorop en ik moet af en toe flink aanzetten om haar bij te houden. Beneden treffen we Joyce en Lizzy, zittend aan het water, genietend van het uitzicht. Dat verveelt hier nooit.
We verlaten het meer op zoek naar een toilet — de dames moeten hoognodig. Terug bij de camper draait Joyce ons bakbeest soepel uit de parkeerplek. We besluiten nog een blik te werpen op het dorpje Lake Louise. Dat blijkt niet veel voor te stellen. Na wat rondjes rijden vinden we een restaurant langs de weg. Tijd voor een drankje en wat lekkers.
Het menu ziet er goed uit en niet veel later staat onze tafel vol met koude drankjes en heerlijk eten. Deze verwennerij hebben we wel verdiend na zo’n intensieve dag.
Na het afrekenen rijden we in rap tempo terug naar de camping. Nadat ik de camper aan de stroom heb gehangen, gaan Joyce en ik douchen. De kinderen doen de afwas, en ook Lone springt nog even onder de douche. Het is nog vroeg, maar we zijn gesloopt. Tijd om af te sluiten. We werken Polarsteps bij en Joyce maakt haar nagels weer toonbaar. Morgen wacht een lange rit naar Jasper National Park — met een slide-out die ons waarschijnlijk opnieuw dwarszit. Maar goed, we weten nu hoe we dat varkentje moeten wassen.
Tot morgen.




















Columbia Icefield Road & Skywalk
Met een beetje pijn in ons hart nemen we afscheid van de camping in Lake Louise. We vertrekken met dierbare herinneringen die we voor altijd zullen koesteren. Na een snel ontbijtje – en jawel, de slide-out doet het verrassend genoeg ook nog gewoon – zijn we klaar voor vertrek. Een lekker begin van de dag. Vandaag staat er 233 kilometer op de teller richting Jasper National Park. Onderweg maken we twee tussenstops: eerst bij de spectaculaire Skywalk langs de Icefields Parkway en daarna bij de krachtige Athabasca Falls, een van de indrukwekkendste watervallen van de Rockies.
Maar het is niet alleen de bestemming die telt vandaag – de route zelf is minstens zo overweldigend. De Icefields Parkway wordt niet voor niets beschouwd als een van de mooiste wegen ter wereld. Elke bocht onthult weer een nieuw natuurwonder: helderblauwe meren, massieve gletsjers, watervallen die langs steile rotswanden naar beneden storten, en besneeuwde bergtoppen zover het oog reikt. Jammer genoeg lukt het nooit om die grootsheid écht vast te leggen op camera. Rond half één arriveren we bij onze eerste stop: de Columbia Icefield Skywalk.
Deze Skywalk, een glazen platform dat hoog boven de afgrond zweeft, werd gebouwd in 2014. Ik haal de tickets en om 12:45 uur mogen we mee met de shuttlebus. Particulieren mogen hier niet parkeren; alles is strak georganiseerd en volledig commercieel opgezet. Na een korte rit stappen we uit en wandelen we in een paar minuten naar de brug. Met alleen glas onder je voeten en een diepe kloof vol rotsen en watervallen beneden je, voelt het alsof je tussen de bergtoppen zweeft. Een ervaring die tegelijk spannend én onvergetelijk is – en uiteraard vastgelegd op zowel onze netvliezen als onze telefoons. Joyce twijfelt even, maar als Lone en Lizzy haar hand vastpakken, loopt ze dapper mee. Aan het eind van deze reis is onze lieve krullenbol uitgegroeid tot een ware avonturier. Prachtig om te zien!
Zoals zo vaak geldt: van indrukken krijg je honger. En rond lunchtijd worden we bijna vanzelf naar het restaurant op de tweede verdieping van het bezoekerscentrum getrokken. Het is een soort buffetrestaurant – iets waar wij prima mee uit de voeten kunnen. In plaats van de gebruikelijke snelle hap kies ik voor salades, vers fruit en een verrassend lekkere vegetarische curry. Vitaminen? Check! Als we de rekening krijgen, kijken we elkaar verbaasd aan – in positieve zin: slechts 100 dollar. En de dame die ons helpt is zó vriendelijk, dat we haar met een flinke fooi én een grote glimlach bedanken. Tijd voor onze tweede stop!















Athabasca falls 💦
Nadat we iets meer dan een half uur onderweg zijn, parkeren we de camper bij Athabasca Falls. Hier stort het water zich met ongekende kracht door een smalle kloof. Deze plek wordt vaak genoemd als een van de meest indrukwekkende watervallen van de Rockies – en terecht, zo ontdekken we zelf. De mix van ruige rotsen, opstuivende nevel en het bulderende geluid maakt het geheel bijzonder spectaculair en fotogeniek. We maken een korte wandeling, leggen de omgeving vast op camera en keren op ons gemak terug naar ons huis op wielen.






Jasper National park – de erfenis van de bosbranden 🔥
Vanaf Athabasca Falls rijden we verder richting Jasper en worden stil van wat we zien. Links en rechts van de weg staan duizenden zwarte boomstammen als stille getuigen van de bosbranden die hier in 2024 woedden. Hele heuvels zijn kaal, met enkel nog verkoolde skeletten van wat ooit een dichtbegroeid bos was. De grond is dor en donker, alsof het landschap zijn kleur en leven heeft verloren. Het contrast met de ongerepte natuur van de parken waar we hiervoor waren is schrijnend.
Onze camping voor de komende vier dagen heet Whistlers Campground. Een beetje verwarrend omdat we later deze week ook nog naar het plaatsje Whistler gaan. We spreken met onze Nederlandse buren en zij omschrijven het treffend, het lijkt wel een soort oorlogsgebied waar we in verkeren. Alles platgebrand, geen boom staat nog overeind, zelfs op deze camping dus.
We doen een drankje met wat chips en nootjes buiten aan tafel. Proost op de aankomst in Jasper. Nadat we herten over de camping zien lopen die op hun gemak het weer aangegroeide gras staan te grazen, vermaken Lone en Lizzy zich bij een beekje. Ze worden nat en vies, want Lizzy valt in de modder. Dit terwijl ik net twee wasje gedaan heb. Er is dus weer iets vies én schoon. Top Liz!
We eten spaghetti gorgonzola met kip. Voor mij zonder de kip uiteraard. We smullen er lekker van en kunnen zowaar een keer buiten eten. De temperatuur is prima te doen, er staat een dun zonnetje aan de hemel en de wind is er (nog) niet.
De wind die er nog niet was, heeft zich ondertussen laten zien. De was wappert lekker snel droog op deze manier De zon heeft plaatsgemaakt voor een gitzwarte hemel. Als het weer zich doorzet wat wij nu zien aankomen, wordt het een avondje leedvermaak met al die tentjes met zijl naast ons. Morgen is de weersvoorspelling niet al te best. Veel regen op het programma en onze geplande wandeling is momenteel niet mogelijk zien we op Google. Morgen ontspannen ontwaken en kijken wat we kunnen doen dan maar. Ook wel eens lekker.




Jasper NP, een relaxed dagje
We verblijven vier dagen in Jasper National Park en hebben daarom gisteravond besloten om het vandaag rustig aan te doen. Rond acht uur word ik wakker en begin op mijn gemak met het ontbijt. Eerst zet ik de generator aan. Omdat deze camping geen stroomvoorziening heeft, zijn we aangewezen op de ingebouwde generator van onze camper. Als ik het goed heb, is dat een aparte motor die elektriciteit opwekt. Zo kunnen we de telefoons en iPads opladen en een broodje roosteren – erg handig.
Na het ontbijt gaan Joyce en ik douchen, met Lizzy gezellig aan onze zijde. We sluipen de ruime invalidendouche in, waar we met gemak met z’n drieën in passen. Door de bosbranden zijn alle sanitaire voorzieningen vernieuwd; alles is gloednieuw. Elk nadeel heeft z’n voordeel, om een beroemde voetballer te citeren.
Zodra Joyce haar krullen in model heeft, is dat voor ons het signaal om op pad te gaan. We rijden met de camper naar het plaatsje Jasper om wat rond te struinen. In het centrum is de schade van de branden nog goed zichtbaar: sommige panden staan leeg, andere worden opnieuw opgebouwd of missen hun charme. Het haalt wat van de gezelligheid weg.
Op aanraden van iemand op de camping in Banff, brengen we een bezoek aan Bear’s Paw Bakery. Die hebben we snel gevonden. Joyce en ik bestellen een latte en de populaire cinnamon roll. Na even geduld in de lange rij kunnen we eindelijk plaatsnemen. Lone kiest voor een stuk cheesecake, Lizzy neemt een gebakje met witte chocolade. Het smaakt geweldig.
Na deze traktatie slenteren we nog wat door het dorp, kopen wat snoep en ploffen neer op een zonnig terras. Hoewel de voorspellingen regenachtig waren, is het tot nu toe grotendeels droog gebleven.
Bij het toeristeninformatiepunt verkennen we de mogelijkheden voor de komende dagen. We weten nog niet precies wat we willen gaan doen, dus we laten het nog even open.
Terug op de camping doe ik een wasje in de emmer, terwijl de meiden na een broodje gaan spelen in het beekje dat door het terrein stroomt. Joyce kruipt met een boek op de bank, en ik maak een wandeling over de camping. Een rondje van ruim vier kilometer en een paar natte schouders later – het is toch nog even gaan regenen – ben ik weer terug. Precies op dat moment komt een groep herten aanlopen, recht over pad 28, waar onze camper staat. Wat blijft het toch bijzonder om zulke dieren in het wild te zien.











Moose Trail – zonder Moose 🫎
Op onze thuis gemaakte planning stond een wandeling door Maligne Canyon, maar helaas is dat pad afgesloten vanwege de bosbranden van vorig jaar. Ons alternatieve plan – de Valley of the Five Lakes Trail – blijkt eveneens onbegaanbaar, zo hoorden we gisteren bij het toeristeninformatiepunt. De vriendelijke dame raadde ons de Moose Trail aan, die start bij Maligne Lake en leidt naar Moose Lake. Volgens haar doet de naam het meer eer aan: elanden komen hier geregeld een bad nemen en staan dan tot hun gewei in het water. Een rondje van zo’n 2,7 kilometer, prima te doen voor onze dames.
De rit naar Maligne Lake duurt net geen uur. Onderweg is goed te zien tot waar het vuur vorig jaar heeft gewoed. Het landschap verandert abrupt van zwartgeblakerde stammen en kale vlaktes naar dichtbegroeide, frisgroene bossen. Het contrast blijft indrukwekkend. Parkeren blijkt een uitdaging – dit is duidelijk een geliefde bestemming. Het is druk en we zien wederom opvallend weinig andere campers. Onze chauffeur van de dienst, J. Hoveling, manoeuvreert met wat draaien, keren en steken de olietanker behendig op zijn plek. Wat ken ze toch heerlijk rijden die meid.
Bij vertrek uit de camper heb ik zowaar een briljante ingeving. “Zullen we de poncho’s meenemen?” roep ik naar Joyce. Zo gezegd, zo gedaan. Bij Moose Lake, halverwege de wandeling, trekken we ze net op tijd aan. Van een zacht miezerbuitje schakelt de regen ineens over naar flinke druppels. We wachten tien minuten in de beschutting, eerst samen met een iets te luidruchtige groep Duitsers. Als zij verder trekken en we nog steeds geen eland hebben gezien, besluiten we door te lopen. Jammer, maar het is niet anders.
Terug bij het beginpunt duiken we snel de Waffle Hut in. IJs, goede koffie en rijkelijk belegde wafels vinden hier gretig aftrek. De rij schuift langzaam op, vooral het eten laat op zich wachten. Lizzy kiest een ijsje met twee reusachtige bollen, Lone gaat voor een wafel met slagroom en aardbeijen. Joyce en ik houden het bij een cappuccino. Iets teleurgesteld rijden we weg – de wandeling was prachtig, maar het weer en het gebrek aan wild life maken het net wat minder speciaal.
Toch zien we nog een eland. Onderweg staat er plots een auto stil met knipperende lichten – meestal een teken dat er iets te zien is. Joyce stuurt erlangs en spot hem meteen: een eland langs de kant van de weg. Ook wij stoppen, tegen de regels in, en ik spring meteen uit de auto. Met snelle passen nader ik het dier en maak op gepaste afstand een paar foto’s. De eland kiest het hazenpad en verdwijnt vliegensvlug het bos in 🫎. De terugweg is net zo betoverend als de heenrit. Elke bocht onthult weer een nieuw uitzicht dat ons versteld doet staan. Canada, wat ben je ongelooflijk prachtig.









Diner Jasper Brewery 🍻
We frissen ons thuis even op en rijden dan het korte stukje terug naar het camperparkeerplekje langs het spoor in Jasper. Vanuit daar loop je via een voetgangerstunnel zo het stadje in. We hebben een tip gekregen om te gaan eten bij de lokale brouwerij: Jasper Brewing Company. Op de menukaart staan verrassend veel gezonde opties. Lone gaat voor een burger, Lizzy kiest een soort clubsandwich, Joyce neemt een pokébowl met tonijn en ik kies de Seared Halloumi Bowl. Kortom: een bord vol verse groenten.
Omdat we er toch zijn, bestel ik een bierproeverij met zes kleine glazen. Vijf ervan zijn erg smaakvol, eentje iets minder. Terwijl de meiden druk bezig zijn op hun telefoons en de wifi flink op de proef stellen, genieten Joyce en ik van het eten, de sfeer en vooral van elkaars gezelschap.
Met een voldaan gevoel en gevulde maagjes struinen we daarna nog wat toeristenwinkels af. Ik koop een paar vrolijke boxershorts en een nieuw t-shirt, en Lone kan de verleiding niet weerstaan: berenpantoffels – heerlijk voor thuis.
Terug op de camping zitten we nog even buiten bij de camper. Eindelijk is het niet meer zo koud. De was van een paar dagen geleden hangt nog steeds te drogen en schiet niet echt op. Zie de foto van onze ingenieuze waslijn in de camper. #campinglife









Rafting Athabasca river🛶
Na het ontbijt starten we de dag met een kort rondje door Jasper om wat boodschappen in te slaan. We hebben een paar kleine dingen nodig en doen snel wat aankopen bij de lokale supermarkt. De rest van de dag staat in het teken van actie, want vandaag mogen de meiden kiezen wat we gaan doen. Wandelen is nou niet bepaald Lone en Lizzy’s favoriete bezigheid — zeker niet als het weer tegenzit — dus tijd voor iets anders.
Joyce voelt de bui al hangen. Hoewel zij ook geen groot liefhebber is van eindeloos wandelen, staat raften eerlijk gezegd ook niet bepaald op haar bucketlist. Na wat twijfelen besluit ze gisteravond toch om mee te gaan. Gezellig!
We kiezen een relatief rustige route: het raften begint ná de Athabasca Falls — jawel, dezelfde waar we een paar dagen geleden nog langsreden richting Jasper. Precies om 12:00 uur worden we bij de receptie van de camping opgehaald door een knalgele schoolbus. In de bus krijgen we alvast een korte instructie, en eenmaal aangekomen worden er drie groepen gevormd. Wij stappen samen met vier Amerikanen in de raft, onder begeleiding van gids en stuurman Connor.
Bij de Falls hijsen we ons in wetsuits, neopreen schoentjes en sokken. Wie wil, krijgt er een jack bij. Lizzy en ik slaan dat over, Joyce en Lone nemen ‘m voor de zekerheid wel mee. Het is fris in zo’n pak, maar dat went snel. Na een paar groepsfoto’s zijn we klaar voor vertrek. De zon breekt prachtig door de lichte bewolking — betere timing hadden we niet kunnen wensen voor een wateractiviteit.
Direct na de Falls is het water op z’n wildst. Krachtige stroming, veel sturen, rotsen ontwijken — heerlijk. Ondanks dat we ook hier weer langs uitgestrekte verbrande bossen varen, is de tocht indrukwekkend. Lizzy — onze durfal — springt meerdere keren overboord voor een dip in het ijskoude water van 4 graden. Ze is de enige die dat vaker dan eens aandurft; de rest blijft wijselijk binnenboord of houdt het na één keer voor gezien.
Na zo’n 12 kilometer en anderhalf uur op het water komen we weer aan wal. Wat een topervaring! Zelfs Joyce vond het geweldig.














Late lunch of vroeg diner?
Onze stuurman Connor geeft ons na het raften een smakelijke tip: ga eten bij Su Casa. Klinkt goed — en na zo’n actieve tocht op de Athabasca River zijn we wel toe aan iets lekkers. Joyce en ik herinneren ons dat we vanochtend een grote wasserette zagen, dus besluiten we het nuttige met het aangename te combineren. Terwijl onze kleding een wasbeurt krijgt, schuiven wij aan op het terras van de Mexicaan.
Twee draaiende trommels vol met vieze kleren en wij zitten we met flinke trek aan tafel. Het is eigenlijk te laat voor de lunch en te vroeg voor het avondeten, maar ach, het is vakantie. We bestellen een tafel vol Mexicaanse lekkernijen. Net als ik terugkom met twee tassen frisse was, verschijnt ook het eten. Biertje erbij, zonnetje op ons gezicht — wat wil je nog meer?
We weten inmiddels: natte was droogt in en rond de camper voor geen meter. Dus besluiten we nog even terug te lopen naar de wasserette om voor een paar dollar alles in de droger te gooien. Even later vouwen we alles netjes op aan de speciale vouwtafel. Huishoudelijke klusjes: check.
Terug op de camping nemen Joyce en ik een welverdiende douche, terwijl de meiden zich vermaken bij het riviertje. Ze zijn binnen no-time zwart van de modder, dus ook zij belanden uiteindelijk onder een warme straal. Het is nog steeds heerlijk weer. Een zonnetje maakt echt het verschil — het landschap oogt direct een stuk fraaier.
Morgen staat er een lange rit van 320 kilometer op de planning naar Clearwater. Eens kijken of we onderweg nog ergens een leuke stop kunnen maken. Voor nu: tijd om op te laden. Slaap lekker!




Wells Gray Provincial Park 🚐
We starten de dag met een ontbijtje in de zon — en toegegeven, af en toe zat die zon even verstopt achter een wolkje. Maar toch: buiten eten, dat blijft genieten. Een fijne afwisseling na al die ochtenden binnen.
Vandaag verlaten we Jasper en rijden richting onze nieuwe camping: Helmcken Falls Lodge & Campground, gelegen in het prachtige Wells Gray Provincial Park. Het is een flinke rit van zo’n 320 kilometer, maar Joyce en ik genieten van elke meter. Het uitzicht verveelt hier gewoon nooit.
Na anderhalf uur houden we een korte stop in het plaatsje Valemount om te tanken en op zoek te gaan naar koffie en iets lekkers. We hopen op een knus bakkertje, maar op Google Maps lijken die allemaal gesloten. Uiteindelijk belanden we bij Tim Hortons. Helaas is het personeel niet al te vriendelijk en is de keuze voor mij als veggie nogal beperkt. Ik red me met twee muffins, Joyce en Lizzy nemen een broodje met een half pakje ham en wat plakken kaas, en Lone heeft, verrassend genoeg, de beste keus: rijst met kip en sla.
Daarna ligt er nog ruim twee uur rijden voor ons. Het weer werkt opvallend goed mee — de zon laat zich volop zien. Bij vertrek zeg ik nog nochalant tegen Joyce dat we amper file hebben en hoe dat mogelijk is met slechts een eenbaansweg. Fout. Onderweg stuiten we op verschillende wegwerkzaamheden waarbij we om de beurt over één rijbaan mogen. De verkeersregelaars doen hun best, maar we staan zeker een half uur stil vandaag.
Vanaf het plaatsje Clearwater slaan we af, en dan begint het pas echt: een kronkelende weg van nog eens 25 kilometer, zonder mobiel bereik en met amper teken van beschaving. “Middle of nowhere” is hier letterlijk van toepassing. Rond 15:15 uur draaien we het terrein op van Helmcken Falls Lodge & Campground. Een kleinschalige camping vergeleken met Jasper of Banff, maar wel voorzien van goede wifi — dat compenseert het gebrek aan mobiel bereik ruimschoots.
We krijgen plek 9 aangewezen met stroom en water. Wat een luxe! Joyce en ik zijn redelijk op elkaar ingespeeld deze vakantie, maar tijdens het inparkeren op onze nieuwe locatie, communiceren we duidelijk op verschilldende golflengtes. Haha. De plek loopt schuin en de waterslang en de elektriciteitskabel moeten nét uitkomen. Goed, 20 minuten later met boze blikken en verwijten over en weer staat ons slagschip op zijn plek. De (veelal Nederlandse) buren hebben zich prima vermaakt voor hun campers met dit cabaret. Achteraf kunnen we er samen smakelijk om lachen gelukkig.
We besluiten dat het voor vandaag wel weer genoeg is geweest. Stoelen naar buiten en even lekker zitten. Of nou ja, *even*… de zon is behoorlijk fel. Ik zoek snel de schaduw onder de luifel op, Joyce blijft stoer in de zon voor wat extra kleur. En de meiden? Die zijn allang weer in de camper verdwenen. Had ik al gezegd dat de wifi hier uitstekend is? 😄








Het hout moet op 🔥
Na een heerlijke Caesar salad van Joyce — buiten aan de picknicktafel, in het avondzonnetje — is het eindelijk tijd om het meegenomen brandhout in de hens te steken. Dat hout sjouwen we al mee sinds Lake Louise, waar je het gratis mocht pakken. Alleen… daar bleek op onze plek helemaal geen vuurkorf te staan. En daarna kwam het er simpelweg niet meer van. In Jasper zaten we op een camping waar open vuur verboden was op onze plek, dus het hout bleef ongebruikt in de bak.
Maar vanavond is het raak: droog weer, een vuurplaats én tijd om te ontspannen. Ik hak wat kleinere stukken met de bijl die standaard bij de camper ligt, en met karton van de blikjes Cola en Fanta flans ik een prima kampvuurtje in elkaar.
Een reisdag eindigt zo toch nog met een relaxmomentje bij het vuur.
Op naar dromenland. 🔥😴






Moul Falls 💦
Gisteren reden we door een tijdzone heen: in Wells Gray Provincial Park is het nog een uur vroeger dan in Nederland. Het slapen in het camperbed begint z’n tol te eisen — Joyce en ik komen ’s ochtends op gang als een stel bejaarden. Ons matras? Denk aan een uitgeknepen zeem in een fietsbroek: zodra het plat is, voel je álles. Alsof we soms gewoon op de houten plank liggen. En qua vorm lijkt het meer op een lege eierdoos: bobbels, kuilen en alles ertussenin. Goed, klaagmodus uit.
We starten de dag met een ontbijtje in de zon. Joyce is al vroeg gaan douchen en terwijl ik de boel na het eten opruim, zet zij nog even de krul in het haar met haar nieuwe Canadese föhn. Prachtig resultaat — dat helaas niet lang standhoudt, maar daarover later meer 😉
Papa en mama hebben een actief programma bedacht voor vandaag: watervallen, zwemmen en boodschappen doen. De kinderen zijn iets minder enthousiast. “Wát, alweer lopen!?”
Ingesmeerd met factor 50 (die tot nu toe werkloos in de toilettas lag), gaan we op pad. Onze eerste stop is Moul Falls, op zo’n 15 minuten rijden van de camping. Deze waterval is een van de spectaculairste van Wells Gray en beloont je na een avontuurlijke wandeling van drie kilometer door het bos. We horen het gebulder al van ver en dalen via een steil pad af naar de nevelige wereld onderaan de waterval.
Wat Moul Falls zo bijzonder maakt: je kunt er áchterlangs lopen. Lizzy en Joyce vinden de afdaling over natte stenen best spannend, dus ik help ze naar beneden. Eenmaal veilig beneden staan we vol bewondering naar dit natuurgeweld te kijken terwijl de nevel op ons neerdaalt.
Lone en ik willen meer: achter de waterval door lopen! We zien mensen aan de overkant lopen, maar hebben geen idee hoe ze daar gekomen zijn. Een poging door het water lijkt ons (of eigenlijk: Joyce) iets te riskant. Dan zien we een jong stel via een smal zijpad terugkomen — aha! Dat pad verlengt gewoon het traject dat we net afdaalden. Dus: let’s go.
Het pad is glibberig en smal, en zodra het breder wordt, krijgen we een flinke douche van het neervallende water. Binnen no-time zijn we zeiknat, maar het is het waard: de foto’s die we daar maken zijn magisch. Wat een plek!
De terugweg is nog natter dan de heenweg — mijn shirt is voor zeker 100% doorweekt. Maar we komen trots terug bij Lizzy en Joyce. Onze kleine kabouter overweegt even om het avontuur ook aan te gaan, maar besluit toch verstandig te blijven staan.
De klim terug naar de camper is pittig: rotsen, modder, trappen en flink wat hoogtemeters maken dat het allesbehalve een makkie is. We stoppen regelmatig om even op adem te komen. Terug bij ons huis op vier wielen zie ik dat we ruim 6 kilometer op de teller hebben staan.
We drinken wat en stappen dan weer in voor het volgende deel van de dag: boodschappen doen én even een frisse duik.














Zwemmen bij Dutch Lake🤿
Na al dat gewandel — en dan ook nog eens bij temperaturen die we niet bepaald tijdens onze vankantie in Canada gewend zijn — is het tijd voor verkoeling. Voordat we een verfrissende duik nemen in Dutch Lake bij Clearwater, gaan Joyce en ik eerst nog even op boodschappenjacht. We slaan van alles in en zorgen dat we de komende drie dagen goed voorzien zijn van ontbijt en diner.
Onderweg naar de supermarkt krijgen we nog een mini-hartverzakking cadeau. Terwijl ik druk bezig ben met de navigatie, geeft Joyce me ineens een flinke duw terug in m’n stoel en trapt op de rem. Vanuit het niets springt er een jong hert de weg op. Aan de overkant komt nét een andere auto aanrijden — het beest weet even niet waar het heen moet. Gelukkig blijft een botsing uit en schiet het hertje uiteindelijk het bos weer in, ongedeerd maar waarschijnlijk net zo geschrokken als wij.
Na de boodschappen rijden we een stukje verder naar Dutch Lake. Aan het water ligt een knus strandje waar we onze handdoeken uitrollen. De meiden weten niet hoe snel ze erin moeten springen en sprinten het meer in. In het water ligt een drijvend platform met trappetjes — ideaal om vanaf te duiken, klimmen en lol te trappen. Zeker als je je ouders erin kunt duwen… Zei iemand nog iets over Joyce’s zorgvuldig geföhnde haar? Dat is nu geschiedenis. 😄
Terwijl Joyce op de handdoek geniet van de zon en de meiden nog lekker ravotten in het water, maak ik een rondje langs de oever om op geocache-jacht te gaan. Ik scoor er twee vrij snel, de derde blijft onvindbaar. Ach ja, twee uit drie is ook niet verkeerd.
We drogen ons af, pakken de spullen bij elkaar en stappen weer in. Volgende stop: Helmcken Falls!




Helmcken Falls 💦
Na een dag vol indrukken komen we rond 17:30 uur aan bij de laatste stop van vandaag: Helmcken Falls.
Deze waterval is niet zomaar een waterval — dit is het icoon van Wells Gray Provincial Park. En terecht. Met een vrije val van maar liefst 141 meter dondert het water van de Murtle River in een diepe kloof vol nevel en geluid. We parkeren de camper en lopen in een paar minuten naar het uitkijkpunt. Daar worden we getrakteerd op een adembenemend panorama: pure oerkracht in een schilderachtig decor.
Het is heerlijk rustig op dit tijdstip. Samen met een handjevol andere toeristen maken we allemaal dezelfde foto’s — maar dat mag de pret niet drukken. We vragen een vriendelijke man om een gezinsfoto voor het machtige decor, en het lukt zowaar om iedereen lachend op de foto te krijgen. Even genieten met z’n vieren. En ja, we halen nog even dat ochtendhumeur aan: “Zie je nou wel dat dit fantastisch is?” – “Ja pap, maar soms hebben we gewoon ff geen zin.” Oké girls, fair enough 😄
’s Avonds kookt chef Joyce een heerlijke spaghetti carbonara in de camper, die we — hoe kan het ook anders — weer lekker buiten opeten. Ondertussen steek ik nog een laatste keer het kampvuur aan. Het hout moet toch op voordat we morgen doorrijden naar Whistler.
Die rit wordt trouwens de langste van de hele vakantie: ruim 460 kilometer, goed voor minstens zes uur sturen. Dus morgenochtend vroeg eruit, want we naderen de laatste etappes van ons Canadese avontuur.







🚌 De grote verplaatsing 🚌
Zoals gisteren al beschreven: vandaag staat een lange rit op de planning. Van Clearwater naar Whistler — een afstand van 460 kilometer. Volgens onze routebeschrijving zou dat zo’n zes uur duren. Spoiler: dat werd het niet. Bruto zat er flink wat extra tijd aan vast.
Joyce haar wekker gaat om 07:30 uur, en dankzij het uurtje tijdsverschil met Jasper voelt dat eigenlijk nog best oké. Ik zet de inmiddels traditioneel de fluitketel op het vuur en wandel richting de douche. Die blijkt echter gesloten voor onderhoud — precies zoals onze spraakzame buurvrouw gisteren al aankondigde tijdens het afwassen. Pas dan realiseer ik me dat Joyce, Lone en Lizzy gisteren allemaal wél hebben gedoucht, zonder die melding op de deur op te merken. Tja, ze hebben de aanwijzing op de deur niet gezien en zijn gewoon gegaan. Lekker girls.
Ik word verwezen naar appartement 7 of 8, iets verderop op het terrein. Niemand te bekennen op dit vroege uur. Sleutel pakken, deur op slot zoals op het kaartje staat… even het comfort van een hotelbadkamer, ook wel eens lekker. Tot het moment dat ik klaar ben en naar buiten wil, en de schoonmaakster de deur ineens opengooit. Bordje niet gelezen, blijkbaar. We schrikken ons allebei rot.
Terug bij de camper hang ik mijn natte handdoek in de zon en begin de tafel te dekken. Als alles klaarstaat, maak ik de prinsessen voorzichtig wakker. Er wordt gegaapt, gerekt en met wat tegenzin aangeschoven. Lone geniet van mozzarella en tomaat op een bagel, en ik maak de enorme bak hummus eindelijk leeg. Klein teken dat het einde van de reis in zicht komt.
Na het ontbijt ruimen we op en maken we de camper klaar voor vertrek. En dan… weigert de deur van het leefgedeelte dicht te gaan. Hebben we al een kapotte slide out gehad, een lekkende koelkast en een oven die niet werkt, worden we nu geconfronteerd met een nieuwe verrassing. Wat we ook proberen — duwen, sleutels erin, van binnen, van buiten — niets helpt. En met zo’n lange rit voor de boeg willen we niet treuzelen. Dus: touw uit het keukenkastje, vastbinden en gáán. We MacGyveren ons wel weer door deze dag.
Om 09:00 uur starten we de motor en rijden eerst terug naar Clearwater — dat is al meteen 45 minuten van de route. Goh lekker, dat schiet op. We maken een stop bij een rotonde waar ik gisteren een bakker had gespot. Joyce krijgt een cappu, Lone en Lizzy een grote ijskoffie, en ik neem een regular Americano. Cafeïne: check. Op naar het zuiden.
Onderweg verandert het landschap langzaam. De groene vlaktes en hoge bergen maken plaats voor dorre heuvels in zandtinten. De natuur is constant in transformatie — prachtig om te zien. We volgen een tijdlang de indrukwekkende Fraser River en passeren allerlei meren en stroompjes. De meiden zien vooral hun iPads, kussens of de binnenkant van hun ogen. Scherm of slaap, dat is hun routebeleving. 😄
In Kamloops spot Joyce met haar haviksogen een vestiging van Fraserway — ons camperverhuurbedrijf. We nemen de afslag. Ondanks een wat knorrige medewerker die allerlei papieren wil zien, worden we snel geholpen: de deur werkt weer. Halleluja!
Na uren rijden maken we een stop in Lillooet. Nog zo’n twee uur te gaan, maar voor een bakkertje tijdens lunchtijd maken we graag een stop. De gezondheidsscore van deze vakantie is al niet geweldig en vandaag helpen we hem nog iets verder omlaag. Gebakjes, kaneelbroodjes, zoetigheden en iced lattes — wat wil een mens nog meer?
Na deze suikerboost verandert het landschap opnieuw: terug naar het groen, met hoge pieken en eindeloze bossen. Alleen dit keer worden we getrakteerd op een uitdagende rit. Highway 99 slingert zich ruim 80 kilometer lang door de bergen, met hellingen tot 13%, scherpe terugdraaiende haarspeldbochten, af en toe twijfelachtig asfalt en als toetje meer wegwerkzaamheden. Joyce, die tot nu toe keurig alle bergwegen heeft ontweken, vindt dit allesbehalve feest.
Rond 18:00 uur komen we aan op onze camping in Whistler. Bij de receptie krijgen we plek E4 toegewezen — met stroom, water én dikke wifi. We zetten de camper op z’n plek, sluiten alles aan en ploffen neer in het avondzonnetje met een lekker alcoholvrij biertje. Zo! Klaar mee!
Wat. Een. Dag.











Whistler rond met de fatbike
Vandaag hebben we een hele dag te besteden in het levendige Whistler. In onze planning hadden we deze dag bewust open gelaten: wandelen, fietsen, shoppen of gewoon wat ronddwalen — we zien wel waar we zin in hebben.
Voor een beetje inspiratie open ik ChatGPT (jawel) en stel de vraag wat je zoal kunt doen met twee meiden die niet staan te springen om een wandeling, maar wel zin hebben in een actieve dag. Uiteindelijk komt het idee bovendrijven om fietsen te huren, met zitjes achterop. Dan kunnen we van meertje naar meertje trappen, een duik nemen en ergens lunchen. Het avontuur in Dutch Lake was immers een groot succes, dus dit spreekt ze meteen aan.
Omdat parkeren met de camper in Whistler een uitdaging is en bovendien flink aan de prijs, lopen Joyce en ik vanaf de camping naar het centrum. We halen straks de dames wel op met de fiets. De eerste verhuur doet alleen tours, maar bij de tweede hebben we beet. En hoe! Ze hebben fatbikes met zitjes — jackpot. “Als we hiermee terugkomen, vinden ze dat helemaal te gek,” zegt Joyce lachend. We tekenen de formulieren, betalen een godsvermogen voor de huur en nemen vier helmen mee. Op naar de camper.
Tien minuten later staan we bij Lone en Lizzy. “Twee keer goed nieuws, één keer iets minder,” zeg ik. “Het eerste goede nieuws staat buiten, en het tweede is dat we vanavond uit eten gaan in het dorp.” De meiden sprinten naar buiten en zijn meteen enthousiast. Het slechte nieuws is dat ze terug naar de camping moeten lopen, maar dat is voor latere zorg. We pakken zwemspullen, zonnebrand, water en snacks in en trappen richting het eerste meer van de dag: Alpha Lake. Ongeveer 25 minuten fietsen, deels bergop. De lol is groot en de snelheid ook — op vlak terrein tikken we makkelijk 30 km/u aan. Bergop iets minder. De motor kreunt, wij ook. 😂
We parkeren de fatbikes in het gras en ploffen er zelf naast neer op een handdoek. De sloten waren op bij de verhuur. Dan blijven we er gewoon naast zitten. De meiden duiken direct het water in en klauteren op een drijvend platform. Joyce en ik chillen en eten een appel, tot mijn oog valt op een bord: Waarschuwing voor swimmer’s itch. Zwemmen kan jeuk veroorzaken. Preventietip: insmeren met zonnebrand (check) en daarna douchen (kan een stukje verderop). Ik geef Lone en Lizzy de instructies: geen water doorslikken en straks meteen afspoelen.
Na een half uurtje zon, water en gelach willen we lunchen bij Café Fix, aangeraden door een vriendelijke Engelse dame bij de fietsverhuur. Lone klaagt al over jeuk, dus douchen ze snel even af. Een tweede douchebeurt volgt al snel — “het is niet te doen”, zegt ze. Even flink schrobben dan maar. Daarna trappen we een klein stukje door de bossen, langs de Valley Trail, richting lunch.
Bij Fix zetten we de fietsen in het zicht en bestellen iets lekkers. Maar het zit Lone niet lekker. Letterlijk. De jeuk wordt ondraaglijk en ook Lizzy begint te klagen en te krabben. Gelukkig blijkt het café vast te zitten aan een luxe hotel met spa. Joyce neemt de meiden mee naar binnen, waar ze alles nog eens grondig kunnen afspoelen. Ze komen iets verlicht terug, maar top is het niet. We rekenen snel af en zetten koers naar de apotheek in Whistler. Met een voorraad antihistamine zijn we weer klaar voor actie — gelukkig slaat het spul snel aan.
We besluiten de lus van de Valley Trail alsnog te rijden, richting Green Lake. Maar nog geen vijf minuten onderweg moet Joyce stoppen: misselijk, licht in haar hoofd. Slecht geslapen, weinig gegeten door de hectiek tijdens de lunch, en de hitte helpt ook niet mee. We nemen even pauze in de schaduw. Zodra het iets beter gaat, fietsen we rustig terug naar de camper. Daar ploft ze op bed en valt meteen in slaap. Lone en Lizzy grijpen hun kans: iPads erbij, chillmodus aan. En ik? Ik baal stiekem een beetje. Ik had de dag anders voorgesteld.
Anderhalf uur later wordt Joyce wakker en is weer een beetje zichzelf. We besluiten alsnog naar Green Lake te fietsen. We komen wat later aan dan gepland, maar treffen een gezellige sfeer: een volleybaltoernooi en een DJ zorgen voor leven in de brouwerij. Ook hier staan weer borden met waarschuwingen, maar wij zijn inmiddels door schade en jeuk wijzer geworden. Geen zwempartijen meer. In plaats daarvan maken we foto’s, kijken naar eenden die de strandgasten terroriseren en genieten alsnog van het moment.
Tegen etenstijd fietsen we terug naar Whistler en leveren de fatbikes in. Daarna door naar de Mexicaan voor een afsluitend diner. Bestellen gaat hier op z’n eigen manier: je krijgt een tafel toegewezen, bestelt én betaalt aan de bar, en daarna zoek je weer je plekje op. Nummer 35 wordt onze tafel. Verwarrend, maar het eten maakt alles goed. Heerlijk. Een smakelijke IPA erbij en de vakantieglimlach is weer helemaal terug.
We wandelen terug naar de camping met nog een kleine omweg langs de rivier. Een mooie afsluiting van een dag die wat hobbels kende, maar uiteindelijk toch weer helemaal goed kwam.
Morgen gaan we richting Vancouver, voor onze laatste camping. Het einde is in zicht.






















Op naar de laatste camping 🚌
Het voelt toch een beetje vreemd om wakker te worden met de wetenschap dat we vandaag naar onze laatste camping rijden. Emotioneel wil ik het niet noemen, maar het is wél even een momentje. Morgen nemen we na drie intens mooie weken afscheid van ons rijdende vakantiehuis. En eerlijk is eerlijk: ik ga dat monster op vier wielen – het bed daargelaten – echt missen.
Over dat bed gesproken… wat een nacht. We hebben allebei slecht geslapen. Draaien, keren, wakker liggen. Rond een uur of vijf vouw ik mijn deken dubbel in een wanhoopspoging tot comfort, maar ook dat helpt niets. Een uurtje later geef ik het op; mijn rug protesteert hevig. En dat terwijl ik normaal nergens last van heb. Zou de leeftijd me dan toch parten spelen? 😂
Voordat we vertrekken leeg ik de vuilwatertank en ons toilet. Bij elke plek op deze camping in Whistler zit een rioolaansluiting – handig, maar fris is anders. De geur bij sommige campers is verre van prettig. Bij mensen die langer blijven, zie je vaak een soort flauw aflopende rioolbuis naast hun plek lopen. Op eerdere campings waren hier aparte stations voor, maar hier leeg je alles gewoon naast je kampeerplek. Praktisch, maar eh… geurtechnisch uitdagend.
We doen het rustig aan vandaag en als alles weer klaar en ingepakt is, rollen we rond half elf van de camping af. De rit is relatief kort: net geen twee uur. Toch plannen we nog een extra stop in bij Canadian Tire. Onze Franse koffiemaker heeft het namelijk begeven. Tijdens een van de ritten is hij uit het kastje gevallen toen hebben we hem met flink wat breuken weg moeten gooien. Helaas, bij de eerste winkel is hij uitverkocht. Gelukkig hebben ze hem dichter bij Vancouver wel op voorraad. We zien op het terrein een tentje zitten waar ze verse pokebowls maken. Hier hebben we wel trek in, iets gezonds. Een bowl vol groenten en een vruchtensmoothie als drankje. Hebben we de troep van de afgelopen weken iets gecompenseerd. In Nederland gaan we weer vol aan de gezonde voeding.
Rond 14:00 uur arriveren we op onze laatste camping. Plek 85 wordt ons toegewezen: met stroom, water en… een beetje wifi. Je krijgt zes uur internet per 24 uur, in blokjes van een half uur. Zodra je online bent, begint de timer te tikken. Gelukkig hebben we nog wat databundel achter de hand.
Zodra de camper staat, maak ik een vers kopje koffie met onze nieuwe koffiemachine. En eerlijk is eerlijk: het apparaat ziet er leuk uit, ruikt heerlijk en smaakt uitstekend. Klein geluksmomentje 🤩.
Joyce besluit alvast een begin te maken met het inpakken van de koffers. Lizzy en ik trekken ondertussen naar het binnenzwembad voor een potje ravotten. Heerlijk zo even met z’n tweeën stoeien en lachen. Lone slaat het zwemmen over – ze zit nog onder de rode bultjes van het zwemavontuur van gisteren. Lizzy en ik douchen na afloop en lopen terug naar de camper, waar Joyce al flink opgeschoten is met de koffers.
Het weer is stralend en het voelt zonde om zomaar in een campingstoel weg te zakken. Dus pak ik – hoe kan het ook anders – de Geocaching-app erbij en speur de omgeving af. Op een paar honderd meter ligt een cache. Perfect te doen. Niemand wil mee, dus ga ik solo op pad. Zelfs aan de rand van de stad is het hier prachtig. Een kronkelend gravelpad met stromend water aan de zijkant leidt me naar de schat, die ik snel weet te vinden.








Dag camper, hallo Vancouver
Gisteravond sloten we de dag af met een burgertje bij de camper en een gezamenlijke terugblik op drie onvergetelijke weken. De evaluatie met z’n vieren was eerlijk en leuk. Ondanks het nodige gemopper op vroege ochtenden en wandeltochten, waren Lone en Lizzy het unaniem eens: dit was magnifiek. De mooiste vakantie ooit. Achteraf snappen ze beter waarom we soms die pittige hikes deden, en dat een wekker om 07:00 uur ook ergens goed voor was. We sommen samen de hoogtepunten op: de indrukwekkende watervallen, overweldigende natuur, het raften op de Athabasca rivier en kajakken op Lake Louise. Ook de wildlife-lijst is niet mis: bever, bison, specht, vos, herten, eland, eekhoorns, marmotten, XL libellen én – helaas – een heleboel muggen. Alleen de beer hebben we gemist. Toch jammer, al die waarschuwingsborden voor niets.
Vandaag dan echt onze allerlaatste rit met het rijdende vakantiehuis. Na een wederom onrustige nacht ben ik vroeg wakker. De fluitketel gaat op het vuur – het ochtendlijk ritueel – en ik verzamel alle ontbijtrestjes die we nog hebben na drie weken reizen. Buiten aan tafel, met een vers kopje koffie uit onze gloednieuwe (maar tijdelijke) koffiemachine, voel ik toch echt het einde naderen.
De dames ontwaken langzaam uit hun slaapstand. Ze opereren in slowmotion. Gisterenavond lagen ze nog gierend van het lachen in bed met een stemvervormer op TikTok, terwijl Joyce en ik al half knock-out op het matras lagen. Misschien toch nét iets te laat geworden, meiden?
Terwijl we buiten aan het ontbijt zitten, komt onze buurman doodleuk z’n afvalwater in het riooltank naast onze tafel lozen. Eh… oké. We zitten er letterlijk bovenop. We zijn na drie weken nog steeds niet helemaal ingeburgerd in het campingritueel, zullen we maar zeggen. Zodra hij klaar is en vertrekt, beseffen we: ja, dit kan blijkbaar gewoon. We moeten er vooral gefascineerd om lachen.
Inpakken is nog een flinke klus. Ondanks dat Joyce gisteren al 85% van de koffers klaar had, kost die laatste 15% nog aanzienlijk wat tijd. Van sleutels tot koelkastrestjes, vuilniszakken, beddengoed, handdoeken en het terugbouwen van bank en bed: het is een militaire operatie. En dan… moet ik doen wat ik zojuist nog zo smakeloos vond: onze tanks legen pal naast de buurplek. Met wat meer tact dan onze vorige buur kondig ik het even keurig aan. De buren knikken begrijpend en trekken zich met een glimlach terug in hun camper. Toch een stukje netter zo. 😄
Iets later dan gepland vertrekken we. Google Maps voorspelt een aankomst om 10:50 uur bij het tankstation net voor de verhuur. Daar gooien we er nog even voor 250 dollar benzine in. (Auw.) Net na elven komen we aan bij wat wij denken dat het inleverpunt is. Helaas… verkeerd. De medewerker vertelt ons dat we nog 15 kilometer verderop moeten zijn – en dat we zeker niet de enigen zijn die deze fout maken. Zucht. File in. Gas erop.
Uiteindelijk arriveren we om 11:40 uur bij de juiste locatie. Een tikkie te laat, maar we zijn niet de enigen. Wat we dan nog niet weten, is dat we belanden in een logistieke nachtmerrie. De afhandeling is traag, chaotisch en onderbemand. Niemand lijkt te weten hoe het werkt. Pas als ik op eigen houtje ontdek dat je je naam én kenteken op een lijst moet schrijven, kom ik officieel ‘in de rij’. Niet dat iemand dat even uitlegt natuurlijk.
Uiteindelijk – als Helen, een Nederlandse medewerker, naar huis gaat omdat haar dienst erop zit – worden we geholpen door een vriendelijk meisje. We lopen nog eens alle mankementen door: de kapotte slide-out, de lekkende koelkast, een niet-sluitende deur én een oven die het niet deed. Ze schrikt en haalt haar manager erbij. We herhalen het hele verhaal en gelukkig krijgen we een keurige compensatie. Netjes opgelost.
Twee uur later stappen we in een Uber – onze eerste ooit. Nog snel een laatste foto van ons campertje, en dan zit het erop. De rit naar Vancouver duurt een uur. We zitten wat knorrig in de auto; de dag voelt wat verloren.
Bij aankomst checken we in bij het stijlvolle Rosedale on Robson Hotel, kamer 1004. Twee twijfelaars staan als bedden in de slaapkamer. Ik vraag nog: “Maar waar slapen Lone en Lizzy dan?” Dit is het, blijkbaar. Chique hotel, mini-bedden. Ach ja.
Lone wil graag haar nagels laten doen en Lizzy wil shoppen. Ik sta dit schoorvoetend toe, not my favourite part of the holiday, maar oké dan. Vlakbij ons hotel zit een nagelsalon, Lone dropt haar design en nestelt zich voor minstens anderhalf uur in een stoel. Joyce, Lizzy en ik lopen naar een winkelcentrum om de hoek. Lizzy had in Calgary al een pyjama van Victoria’s Secret op het oog en die móest er nu komen. Passen, kopen, klaar. Daarna strijken we neer op een terras naast de nagelstudio. Een biertje, frisje en zonnetje: helemaal prima.
Twee uur later komt Lone stralend naar buiten. Haar nagels zien er top uit – en ze is zichtbaar in haar nopjes. Onze lieve prinses, helemaal in haar element.
We bestellen op de valreep tijdens happy hour nog wat eten en drinken en druipen niet veel later af. We zijn er wel klaar mee voor vandaag. Lizzy wil nog zwemmen in het hotel en Joyce gaat licht protesterend met haar mee. Ik spring onder een frisse douche terwijl Lone haar nagels bewondert.
Morgen Vancouver in voor de laatste hele dag van onze vakantie in Canada. Weltrusten 🥱💤😴






Toeristen in Vancouver
De nachten in Canada blijven een uitdaging. Zijn we net ontsnapt aan het rampzalige camperbed, krijgen we in het hotel twee mini-bedjes voorgeschoteld. Oké, iets beter geslapen en mijn rug protesteert niet meer, maar zodra ik me omdraai lig ik óf half op Joyce óf we stoten elkaar van het bed als een van ons op z’n zij gaat liggen. Gezellig, dat wel. 😂
Rond 09:15 nemen we de lift naar de tweede verdieping voor het inbegrepen continental breakfast. Op het buffet staan cereals, vers fruit, XL croissants, muffins en uiteraard koffie. Je kunt brood roosteren, maar hartig beleg is nergens te bekennen. Wel volop jam in alle smaken, honing en pindakaas. Tja, kaas en ham zijn blijkbaar geen standaard hier. Aanpassen aan het land van bestemming hoort er nu eenmaal bij.
Na het ontbijt maken we ons klaar voor een dagje Vancouver. Joyce wil graag een ritje maken met de SkyTrain – de bovengrondse metro. Via het vrijwel uitgestorven Chinatown (zondagochtend, dat verklaart veel) lopen we naar de Expo Line. Onze stop: Waterfront, de haven van Vancouver. Daar willen we een 4D-film bekijken genaamd FlyOver Canada. We kopen kaartjes voor de show van 13:15 en duiken tot die tijd een koffietentje in. Terwijl we wachten, checken we alvast online in bij KLM voor de vlucht van morgen. Met een haver cappu in de hand werk ik mijn Polarsteps bij. Gisteren liet ik Lizzy zien hoeveel tekst ik de afgelopen weken geschreven heb. Ze keek me met grote ogen aan: “Jeetje bro, wat veel letters!”
De 4D-film zelf is indrukwekkend. We vliegen in vogelvlucht over de besneeuwde toppen, meren en bossen van de Rockies – een regio waar wij een glimp van hebben opgevangen. De hele ervaring doet denken aan de Efteling: een rij, korte intro, nieuwe rij, en dan mogen we plaatsnemen. Als we over sneeuw of watervallen zweven, voelen we nevel op onze benen. Bij duikvluchten waait er een briesje over onze gezichten. Echt gaaf gedaan. De beelden zijn grotendeels met drones geschoten, en je hebt bijna het gevoel dat je zélf over die bergkammen zweeft.
Maar… dan is er ineens een ongenode gast. In elke scène fladdert er een huisvlieg voor de lens van de projector. Eerst denken we nog dat het erbij hoort, maar al snel is duidelijk dat dit niet de bedoeling is. Ook andere bezoekers klagen erover. We melden het netjes na afloop en wat blijkt: we krijgen het hele bedrag terug. Heel netjes, zeker na zo’n prijzige vakantie.
Na de show pakken we opnieuw de SkyTrain – deze keer wat langer, gewoon om het gevoel van ‘boven de stad zweven’ goed mee te krijgen. Zodra Joyce tevreden is en we na een aantal haltes in saaie buitenwijken boven de straten zweven, keren we exact dezelfde route terug. Missie geslaagd. 😄
Terug bij de halte in Chinatown wandelen we richting hotel. Nadat we een aantal heerlijke versgemaakte sushi’s verslonden hebben, heeft Joyce een enorm praktisch idee. Bij de Dynamite in Calgary kocht Lone een topje waar per ongeluk de beveiligingstag nog aanzit. Wat een toeval: hier zit ook een Dynamite én Joyce heeft de bon nog. Even later lopen we met hetzelfde topje, nu zonder tag, weer naar buiten. Easy fix!
Volgende missie: de Apple Store. Joyce heeft haar zinnen gezet op een nieuwe Apple Watch en wil de Ultra 2 even om haar pols zien. Na wat dwalen door het winkelcentrum vinden we de felverlichte tech-tempel. De Ultra 2 blijkt niks voor haar, maar de gouden Series 10 wél. Na wat wikken en wegen – en rekenen in euro’s – valt de beslissing: “Ja, ik doe het.” Om er meteen aan toe te voegen: “Maar dit komt niet in het verhaal hè?” (Sorry schat, te leuk om níet te noemen 😉)
Lone ziet een mintgroen telefoonhoesje dat ze graag wil, maar helaas, deze is uitverkocht. Ook het oranje alternatief is niet op voorraad. Zonde. Dan maar door naar Sephora voor Lizzy, en naar Best Buy voor alsnog een hoesje voor Lone. Lizzy slaagt wel (je verwacht het niet) en Lone helaas weer niet. Ook hier geen voorraad.
Aan het eind van de middag strijken we neer op het rustige terras waar we gisteren ook zaten. Tijd voor een drankje, frietjes, salade en wat groenten. Maar niet voordat Joyce muizenlampjes heeft gekocht – schattige exemplaren, voor oma Anke, oma Ine, en ach waarom niet, ook eentje voor onszelf. Aan tafel pakt Joyce er eentje uit… en schrikt. De stekker is niet geschikt voor Nederlandse stopcontacten. Paniek! Het is bijna 18:00 uur en de winkels gaan sluiten. Ze vliegt terug naar de winkel, en is net op tijd om de lampjes te retourneren. Je maakt wat mee hoor met die lichtpunten hier. Sorry oma’s als jullie dit lezen 😉
Eenmaal op de hotelkamer jumpt Lone in bad en gaan Lizzy en ik beneden zwemmen in het zwembad. Joyce gaat gezellig mee voor de foto.
Boven frissen we onszelf op en leggen spullen klaar voor morgen. De terugreis staat na ruim drie weken op het programma 😢


















Dag Canada 👋🏼
De wekker van Joyce laat deze ochtend van zich horen. En niet zo’n beetje ook. Het volume staat – op z’n zachtst gezegd – standje luchtalarm. Iedereen is in één klap wakker. Na wat getreuzel stapt ze uit bed om zich klaar te maken voor de dag, inclusief de allerlaatste fohnbeurt met haar nieuwe Canadese föhn.
Rond 09:15 lopen we naar beneden voor het ontbijt. Een klein sprankje hoop op wat variatie smelt als sneeuw voor de zon: exact dezelfde keuze als gisteren. Ach ja, op de koffie na vind ik het prina dus ik pak weer een croissant, een soort platgestampte scone en – waarom ook niet – nog een muffin. Ondertussen denk ik met lichte angst aan de weegschaal thuis. Mijn The Ride afgetrainde lijf heeft hier in Canada flink wat te verduren gehad.
Joyce slaagt er na het ontbijt in om alle spullen in de koffers te proppen. Geen eenvoudige klus met alle warme kleding die we onderweg hebben gekocht. Maar het past – net aan. Alles kan mee naar Schiphol. Zodra de ritsen dicht zijn en alles ingepakt is, checken we uit. Omdat we nog een paar uurtjes in Vancouver willen rondstruinen, laten we de koffers tegen betaling achter bij het hotel. Tja, alles heeft z’n prijs blijkbaar.
Na een goede cappuccino en koffie op een zonnig terras splitst de groep zich op. Joyce, Lone en Lizzy trekken het winkelcentrum in – inmiddels bekend terrein. Ik besluit een paar geocaches te scoren in de buurt van de haven. Een wandeling van zo’n twintig minuten door de stad brengt me naar twee caches die ik vrij snel weet te vinden. Op de terugweg tref ik de dames – waar anders – bij Sephora. Lizzy heeft natuurlijk weer iets gevonden en heeft ook Joyce en Lone weten over te halen tot een aankoop. Uitgeven kunnen ze als de beste die dames.
Met z’n vieren lopen we terug richting het hotel. Voor vertrek trakteren we onszelf nog op verse sushi en rijk belegde Italiaanse broodjes. Daarna halen we de koffers op. Het afscheid van Vancouver is nu écht begonnen.
Buiten wacht een gele taxi die eruitziet alsof ‘ie ons zo naar de filmset van een Amerikaanse serie brengt. Ik vraag naar de prijs voor een ritje naar het vliegveld. “Net geen 40 dollar,” zegt de chauffeur. Deal.
Op het vliegveld printen we zelf de labels, leveren de drie loodzware koffers in en wandelen vlot door de douane. Geen stress, ruim op tijd. We geven de laatste contante Canadese dollars uit, laden alle iPads en iPhones nog even op en maken ons langzaam klaar voor de vlucht naar huis.
Vlucht KL0682 vertrekt om 17:50 en we wachten geduldig bij de gate. Tot in Amsterdam.





































































































































































































































Dit vindt Lone echt helemaal geweldig. Jammer dat we morgen alweer vertrekken.


7
Na een tijdje zie ik ze aan komen varen. Onze pup is door het dolle heen en springt in – en uit de kano. Het peddelen laat ze graag over aan haar vader. Ze gaan weer verder. Lizzy en ik zwaaien ze uit. Tot zo!



























